De zomer komt er weer aan, zo blijft je huis koel

In de Spaanse zon. In een schaduw hoekje. Met luiken en mét airco. Zelfs voor onze hond was het te doen. Foto: SvdE
In de Spaanse zon. In een schaduw hoekje. Met luiken en mét airco. Zelfs voor onze hond was het te doen. Foto: SvdE

Ik schrijf dit nog hartje winter, terwijl bij ons in huis de airco staat te ronken, maar dan op warme stand uiteraard. Waarom? Wij gebruiken al sinds 2011 de airco vooral om het huis te verwarmen: omdat het heel veel geld scheelt op gasverbruik. Dat roepen we al jaren, maar pas sinds een paar jaar wordt in Nederland op grotere schaal de airco thuis gebruikt als verwarming, las ik onlangs. Mijn zwager heeft een airco installatiebedrijf en zodoende hangt hij bij ons al sinds jaar en dag. Het grappige, of wrange beter gezegd, is dat mensen om je heen denken dat je ‘decadent’ bent, omdat er een airco hangt; je bent dan een verspiller, die een airco gebruikt om te koelen.

Maar nee: in de winter besparen we dus fors op gas en in de zomer zetten we hem alleen op de heetste dagen aan – mensen die dan langskomen vinden het een verademing bij ons binnen. Het koelen is bijvangst, het echte gebruik gaat om verwarmen. De airco gebruikt nog geen 2 kWh op de hoogste stand; gas ligt dik boven een euro per uur. Wij verbruiken dus minder dan de helft. Alleen bij vorst moet de CV aan, want dan verwarmt de airco niet meer voldoende.

In landen als Spanje doen ze dit ook vaak zo. Airco verwarmt ’s winters. Airco koelt ’s zomers. Dit is dus mijn tip: neem een (split unit) airco; zeker als je zonnepanelen hebt liggen en je straks misschien moet betalen om terug te leveren. Tip: Mitsubishi is hét merk.

Wat we kunnen leren van ‘de zuidelijke landen’

De airco en goede zonwering zijn logisch om de warmte buiten de deur te houden, net als schaduw van bomen (scheelt enorm). In zuidelijke landen, denk aan regio’s als Andalusie in zuid Spanje, zien we ook: dikke muren, kleine ramen én stenen vloeren in huis. Warmer in de winter, en koeler in zomer. Voor ons in Nederland is dat lastig te bewerkstelligen, maar je kunt wel voor meer schaduw zorgen (een schaduw tuin creëren en vooral een rand tegels weghalen uit de tuin – die zijn vaak ’s avonds als de zon onder is nog steeds warm van de hitte van de dag). Plaats er planten. Zorg voor natuurlijke schaduw. Houd ramen en deuren gesloten tijdens hete dagen en neem klapluiken voor het raam (bv shutters), of rolluiken.

Daarnaast zien we natuurlijk in echt hete oorden, zoals Zuid Spanje en Zuid Italië, dat mensen een stapje terugdoen tijdens hitte, denk aan de Spaanse siësta (heel irritant als je wilt shoppen of wat dan ook en de winkels zijn dicht tot 4 of 5 uur!). Ze pauzeren. Ik heb bij een Spaans gastgezin gezeten in de jaren 90 om Spaans te leren -in de omgeving van Fuengirola, heel mooi zoals te zien op playa miguel webcam – dan gaat het ongeveer zo: ’s ochtends geen ontbijt, maar wat biscuitjes bij de koffie. Dan kom je thuis rond een uur of half 1 en volgt er rond een uur of 1 een warme, uitgebreide maaltijd. Ik werd altijd begroet door de vrouw des huizes die puffend zei: ‘mucho calor’! Dan gaan mensen dutten, of rustig aan doen. Daarna hervat pas rond 16.00 uur de werkdag tot later in de avond. Hier wen je aan, maar kan bij ons natuurlijk niet. Wat wel kan is je activiteiten zó plannen, dat je intensieve klussen ’s ochtends voor 10 uur uitvoert (om 11.00 u is het al warm natuurlijk) en in de namiddag de dingen weer hervat. Zo doen wij het sinds jaar en dag als we vrij zijn.

Zelfs met de honden wandelen plan ik zo in, aangezien onze oudste hond (nu helaas overleden), zelfs een hitteshock midden op een hete zomerdag heeft opgelopen. Let onwijs goed op met je hond tijdens zeer hete dagen (30 c en meer). Het is niet alleen de buitentemperatuur, het zijn ook de straten die heet zijn. Honden koelen o.a. af op hun voetzolen (en vooral via hijgen), maar als de grond onder hun poten te heet is, stijgt de lichaamstemperatuur alleen maar. Ik wandel dus bewust rond 9 uur ’s ochtends, dan zijn we voor 10 uur terug. Daarna wandelen we pas weer in de namiddag bij hitte, en dan vooral op plekken waar veel bomen zijn. In huis heb ik een stenen vloer: ideaal voor honden (en voor onszelf) om af te koelen, beter dan wat dan ook.

Postcodes zoeken, hoe het wel eens fout kan gaan…

You've got mail! Maar dan met de hand geschreven! Gebruik wel altijd de juiste postcode.
You’ve got mail! Maar dan met de hand geschreven! Gebruik wel altijd de juiste postcode.

Vroeger (ik word oud!) verstuurden we in principe alleen maar post, zeker tot 1996. Werkte je op kantoor zoals ik, dan gebruikte je de typemachine voor een zakelijke brief, met velletjes carbonpapier daarachter. Zo had je direct een tastbare kopie, een CC (carbon copy) – die je kon archiveren of naar iemand anders kon versturen (daar komt de CC vandaan).

Natuurlijk, er was de fax, of de telex – maar vooral voor bedrijven. Voor alle overige zaken gebruikte je “de post”: van liefdesbrief tot ansichtkaart – en natuurlijk voor alle officiële zaken. Kleding kon je bij een postorderbedrijf per post bestellen, dan kreeg je een mooi dik boek met daarbij bestelformulieren – er bestond natuurlijk geen internet, laat staan “webshops”, social media of Whatsapp. Alles verliep per post. Daarom ontving iedereen dan ook jaarlijks een nieuwe telefoongids van de PTT (KPN), de gouden gids en een postcode boek. Iedereen van 45 jaar en ouder kan zich dat nog goed voor de geest halen. Beide boeken worden al jaren niet meer uitgegeven; logisch, je zoekt het nu online op. Maar let op: er zijn een paar valkuilen als het aankomt op postcodes opzoeken.

Hoe zit dat, met postcodes opzoeken?

Volgens de data-inzichten van postcode-zoeken.net is een snelle controle van de adresgegevens de beste manier om misverstanden/ vervelende fouten voorkomen.

Nieuw huis, nieuwe cijfers

Vooral rondom een verhuizing is de kans op fouten groot, als je hoofd overloopt met regelzaken. Als je net de sleutel hebt, schiet de vraag wat is mijn postcode (het huisnummer weet je meestal dan weer wel…) soms op de meest onhandige momenten door je hoofd – als iemand er telefonisch om vraagt bijvoorbeeld. Het is verstandig om dit bij twijfel altijd even te checken voordat er fouten insluipen en je verkeerd geregistreerd staat (zeker bij officiële zaken kan dit een probleem zijn, denk aan verzekeraars). Een cijfer omdraaien is in de haast zo gebeurd, maar instanties nemen die fout wel direct over in hun systeem. Je postcode kun je beter niet zomaar googelen, maar echt nachecken op postcode-zoeken.net bijvoorbeeld.

Van straat naar code

Soms zijn er twijfels over wat er nu precies staat, als een postcode met de hand is geschreven. Je kunt dan niet zomaar gokken, want elke straat is opgedeeld in unieke blokken met eigen letters. Via de methode van omgekeerd zoeken zoek je online heel eenvoudig de ontbrekende gegevens erbij. Dit is ook een uitkomst als je het handschrift op een ontvangen kerstkaart niet goed kunt ontcijferen, maar wel graag iets terug wilt sturen. Je maakt je adressenbestand zo weer helemaal compleet en actueel.

Lastige situaties bij nieuwbouw

Bij nieuwbouwwijken loopt de realiteit soms voor op navigatiesystemen. De straatnaambordjes staan er al wel, maar de navigatiesystemen van bezorgdiensten herkennen het adres soms nog niet. Dit zorgt voor veel frustratie als je internet wilt aanvragen of spullen hebt besteld voor je huis – herkenbaar voor mensen in nieuwbouwwoningen. Raadpleeg in dat geval altijd een officiële, actuele bron in plaats van een verouderde kaartendienst. Geef bij leveringen voor de zekerheid een korte routebeschrijving mee aan de chauffeur. Zo voorkom je dat hij je voordeur voorbijrijdt omdat zijn navigatie jouw huis niet herkent.

De valkuilen van nummeringen

Het postcodesysteem is zeer nauwkeurig, maar dat betekent ook dat het nauw luistert. De experts van postcode-zoeken.net waarschuwen vaak voor verwarring tussen tekens die op elkaar lijken. De hoofdletter ‘O’ en het cijfer ‘0’ zijn voor een mens soms lastig te onderscheiden, maar een sorteermachine ziet het verschil direct. Let dus altijd goed op, of check het op de website.

Do’s en dont’s met honden in huis!

Heerlijk speels Maltees leeuwtje van 1,5 jaar jong!
Heerlijk speels Maltezer leeuwtje van 1,5 jaar jong!

Sinds midden 2017 passen wij op honden waarvan de baasjes op vakantie gaan of moeten werken. Dat is zo ontstaan doordat wij zelf honden hadden (inmiddels beiden overleden) en 1 nieuw hondje hebben (een chihuahua). We pasten regelmatig op de honden van een tante, totdat ik dacht: nu is de maat vol, we gaan een oppas zoeken! En zo kwam ik erachter dat een hoop particulieren ook gewoon op honden passen. Aangezien ik toch thuis werkte, had ik zoiets van ‘dat doe ik erbij’. Zo gezegd zo gedaan. En dat alweer vanaf 2017 – maar omdat dit in huiselijke kring plaatsvindt pas ik nooit op meer dan 2 honden tegelijk. Daarbij is mijn chihuahua niet één van de makkelijkste en gaat ze hevig tekeer tegen honden die ‘even komen kennismaken’. Komt zo’n hond door “de keuring” heen (klikt het van beide kanten), dan kan hij komen voor de oppas.

Verharen? Het verschilt echt per ras is de ervaring

Allereerst: vrijwel iedere hond verhaart. Alleen de labradoodle staat erom bekend dat hij niet verhaart en ‘allergie’ vriendelijk is voor mensen met last. Ik kan zeggen: klopt. In de loop der jaren heb ik diverse malen op labradoodles gepast (zowel groot als klein); ik heb geen plukken haar gevonden, huis bleef redelijk goed schoon. Labradoodles zijn over het algemeen makkelijke honden, vooral de grote exemplaren zijn heel relaxed. Ik vind het dus helemaal prima als er een labradoodle (of ja, ook een labrador! wat een schatten zijn dat), komt logeren. De labrador kan wel vréselijk verharen, zeker als hij wild gaat spelen. Ze hebben ook echt wel een dikkere vacht. Let er ook op wélk type labrador je neemt; je hebt ze lager op de poten (de “Engelse”) én hoog op de poten (de “Amerikaanse”, die zijn véél actiever). Eén hondenbaasje had vroeger een ‘Engelse’ labrador, relaxed en vrij log, lief dier. Nu heeft ze weer een Labrador gekocht, blijkt hij véél actiever te zijn en hoger op de poten te staan – niet naar haar verwachting dus – pas later hoorde ze van de verschillen.

Zelf heb ik liever geen honden in huis die al te erg verharen, zoals de: golden retriever (super lief, maar verháren!), langharige herdershonden (waaronder de schotse collie met z’n vlassige lange vacht, maar ook de duitse herder en de australian shepherd hebben zo’n dikke pels), of honden met lang dun haar. Dat vlassige haar, dat gaat echt overal aan plakken en rondzweven. Kortharige honden verharen ook, maar die stugge haartjes zweven niet onder je neus bijvoorbeeld / en door de lucht. Hoe dunner het haar, des te meer het overal heen zweeft (honden schudden zich natuurlijk regelmatig flink uit). Ook krijg je het vlassige haar moeilijk van de bank. Kortharig scheelt écht.

Verhaart jouw hond veel? Borstel hem dan in de tuin bijvoorbeeld, of laat hem trimmen op een manier die matcht met het seizoen. Sommige honden verliezen ook haar doordat het voer te eenzijdig is; dat komt vooral bij rauw voer voor. Dit voer kun je dan verrijken met mineralen en vitaminen (van de dierenwinkel).

Super gezellige en lieve honden, die relatief weinig verharen: een cocker spaniel mix en een maltezer leeuwtje.
Met 2 super gezellige en lieve honden aan de wandel, die relatief weinig verharen: een cocker spaniel en een maltezer leeuwtje.

Schoonmaken met honden

Hoe houd ik het binnen redelijk netjes?!

  • Eerst even met een plumeau langs de horizontale oppervlaktes.
  • Daarna stofzuig ik alles wat mogelijk is, hier lees je meer over: hondenhaar verwijderen.
  • Ik begin met de bank en zorg dat de stofzuigermond goed schoon is/ haar-vrij is.
  • Hierna pas volgt de vloer – neem vooral de hoeken ook goed mee, daar hopen de haren zich vaak op.
  • Tapijten klop ik buiten uit (in de keuken bij de drinkbak altijd een tapijtje, voor waterdruppels etc).
  • Met alleen een chihuahua in huis stofzuig ik om de dag. Bij meerdere honden doe ik dat dagelijks.
  • Het is verstandig om wasbare hoezen of speciale hondenkleden over je bank/ of mooie stoel te leggen. Op de website van allesoverhondenrassen.nl lees je dat vaste ligplekken helpen om haren en huidschilfers te concentreren op één punt.
  • Onder de drinkbakken leg ik standaard een keukenhanddoek, voor druipend water – want als zij gedronken hebben (vooral bij langharige honden) druipt het water soms als een heel spoor door de keuken. Word je niet blij van!
  • Voerbakken spoel ik altijd direct uit (zeker bij vochtig voer).
  • Vooral bij warmer weer dagelijks stofzuigen (niet alleen vanwege het haar, maar ook vanwege mogelijke vlooien).
  • In het voorjaar direct met anti-vlooienmiddelen starten, tot oktober.
  • Laat honden liever helemaal niet in de slaapkamer komen.
Zet een bench met zacht ligkussen en dekentje erover op een rustig plekje, honden zijn hier dol op.
Zet een bench met zacht ligkussen en dekentje erover op een rustig plekje, honden zijn hier dol op.

Houd rekening met de volgende dingen in huis als je een hond neemt:

  • Gladde kunststof vloeren, zoals laminaat, zijn eigenlijk ongeschikt voor honden; ze moeten veel meer kracht in de poten zetten om niet weg te glijden tijdens het lopen, dan op ander type vloeren. Ik zag het met onze honden toen ze echt oud werden, hoeveel moeite het ze kostten om niet weg te glijden.
  • Toch zijn gladde vloeren, zoals een stenen vloer, of echt houten vloeren/ vinylvloer, wel handig; honden kunnen altijd “ongelukjes” hebben, plassen of poepen op de vloer (als ze nog heel jong zijn, of juist als ze oud worden) en natuurlijk overgeven – vooral wanneer ze gras hebben gegeten.
  • Jonge honden kunnen van alles stuk bijten, sommigen gaan daar wel mee door tot 2 a 3 jaar (denk aan de afstandsbediening etc).
  • Een lage salontafel is vaak een uitnodiging voor honden om er wat vanaf te pakken; kies liever voor een wat hogere salontafel!
  • Geef ze nooit zomaar eten; heb je dat eenmaal een paar keer gedaan, dan kan het bedelen er jaren later nog in blijven zitten: je weet immers maar nooit, is hun hoop en gedachte geworden!
  • Energieke rassen (zoals Border collies, Herders etc.) zijn ook écht energiek. Denk niet, “ach, het zal toch wel meevallen”. Nee, als je dit type hond niet de juiste voldoening geeft (van b.v. 3 tot 4 keer per dag minimaal een half uur tot een uur wandelen), dan worden ze binnenshuis erg onrustig. Continu piepen, “iets willen” – onderschat dat niet.
  • Zorg dat je altijd keukenpapier en vochtige doekjes bij de hand hebt in huis en neem altijd een “poep-zakje” mee aan je hondenriem; of je hem nu wel of niet gebruikt, dit dien je bij je te hebben.
  • Zorg dat je een bench in huis hebt, leg er een warm kussentje in en laat de hond zelf kiezen of hij erin gaat of niet. Onze honden lagen er regelmatig vrijwillig in, het brengt hen rust.
  • Heb jij een ‘wegloper’ als hond? Zet een haakje op de deur, zo kun je toch lekker luchten, zonder dat hij zomaar de benen neemt.
  • En let op: sommige grotere honden kunnen de deurklink openen! Neem dan liever een draaiknop in plaats van deurklink.
  • Schaf een naamplaatje aan, met de gravering van de hondennaam en jouw tel.nr. hierop!
  • Kan een hond gevaarlijk zijn voor mensen, plaats dan een bordje bij de voordeur (en evt. tuindeur) in de trant van ‘let op, hier waak ik’ met afbeelding (verplicht bij diverse rassen).
  • Ga je wandelen in de regen met je (langharige) hond? Een regenjasje, hoe dom je het ook misschien vind klinken, helpt!
  • Zorg dat er altijd een oude handdoek aanwezig is bij de deur en in de auto, dan kun je hem even schoon/ droog maken, voordat hij naar binnen stapt.
  • Nog meer weten? De community van allesoverhondenrassen.nl deelt vaak handige tips over b.v. natuurlijke middelen zoals azijn om hardnekkige luchtjes veilig te neutraliseren – een aanrader.
De drie musketiers! Mijn chihuahua, Maltzer logeetje en een Belgische Schipperke! Alle 3 klein, eigenwijs en lief! Oh ja, en leuk!
De drie musketiers! Mijn chihuahua, Maltzer logeetje en een Belgische Schipperke! Alle 3 klein, eigenwijs en lief! Oh ja, en leuk!

Gietvloer schoonmaken, hoe pak je dat het beste aan?

Geweldige gietvloer!
Geweldige gietvloer!

Op mijn vorige werk hadden wij een krankzinnige gietvloer; rood-roze van kleur (want: hip) en deze vloer zat na een maand gebruik al helemaal onder de loopsporen en sporen van het schuiven van stoelen. Oei, daar gaat je gietvloer. De toplaag was ook te zacht; om valpartijen te voorkomen (restaurant) was de vloer stroef gemaakt. Het was ontzettend jammer dat deze dure vloer in zo’n korte tijd zó achteruit gegaan was. Wil je kijken voor gietvloeren, laat je dan vooral ook goed informeren over gebruikerssporen (die niet weg te poetsen zijn), want het is namelijk een keuze. Er zijn vele varianten gietvloeren, met ijzersterke toplagen. Heb je eenmaal een gietvloer, dan maak je hem op deze wijze makkelijk schoon.

Hoe maak je je gietvloer schoon?

Maak een gietvloer altijd op een ‘milde’ manier schoon, omdat gietvloeren bestaan uit een minerale basis met beschermende toplaag – en die kan gevoelig zijn voor verkeerde reinigingsmiddelen. Zuur vreet zich soms een weg in minerale vloeren, lees dus vooral verder!

Let op: dagelijks of wekelijkse schoonmaken draait ook vooral om het verwijderen van vuil dat krassen kan veroorzaken. Zand en stof zijn namelijk de grootste vijanden van gietvloeren, omdat ze bij belasting microscopische krasjes veroorzaken die na verloop van tijd de toplaag dof maken.

Regelmatig stofzuigen met een zachte borstel of vegen met een stoffer is daarom belangrijker dan veel mensen denken. Bij dweilen gebruik je lauwwarm water met een speciaal daarvoor bedoelde reiniger voor gietvloeren of een pH-neutrale vloerzeep. Te veel zeep is schadelijk, omdat het een laag kan achterlaten die vuil aantrekt en de vloer streperig maakt.

Je gietvloer dweilen

Dweil zo droog mogelijk, dus wring je dweil goed uit. Ook al is een gietvloer naadloos, water dat te lang blijft liggen kan toch langs randen, plinten of eventuele micro scheurtjes, onder de toplaag kruipen. Dit kan op (lange) termijn verkleuring of hechtingsproblemen veroorzaken. Door met weinig water te werken en de vloer eventueel droog na te wrijven, voorkom je dit soort schade. Hardnekkige vlekken, zoals vet of ingelopen vuil, kun je vaak verwijderen door net wat intensiever te dweilen of met een doekje af te nemen; maar ga niet schrobben met harde borstels of schuursponzen!

Verschillende toplagen

De toplaag maakt absoluut verschil voor de manier van schoonmaken en onderhouden. Gietvloeren worden vrijwel altijd afgewerkt met een beschermende coating, meestal een PU-toplaag, soms een epoxy of in oudere situaties een was- of seallaag. Een PU-toplaag is relatief flexibel en goed bestand tegen dagelijks gebruik, maar gevoelig voor agressieve middelen zoals allesreinigers, ontvetters, chloor, azijn of andere zure schoonmaakproducten. Deze tasten de polyurethaanlaag aan, waardoor de vloer doffer wordt en sneller vuil opneemt. Bij een PU-toplaag blijf je dus altijd bij pH-neutrale reinigers en vermijd je alles wat “krachtig” of “ontvettend” wordt genoemd!

Ook een lavasteen gietvloer maak je schoon door regelmatig te stofzuigen of te vegen –  en af en toe licht te dweilen met lauwwarm water en een pH-neutrale reiniger, waarbij je weinig water gebruikt en/of agressieve, schurende schoonmaakmiddelen.

Epoxy toplaag

Een epoxy-toplaag is harder en chemisch iets bestendiger, maar ook minder elastisch. Schoonmaken kan in grote lijnen hetzelfde, maar epoxy kan sneller zichtbare krasjes vertonen en vergeelt soms onder invloed van UV-licht. Agressieve reiniging versnelt dat proces. Als je een vloer hebt met een was- of polymeeronderhoudslaag, wat vooral bij oudere gietvloeren voorkomt, vraagt dat weer een andere aanpak. Zo’n laag slijt bewust mee en moet periodiek opnieuw worden aangebracht. Gebruik je hier verkeerde reinigers, dan los je die laag deels op, met vlekkerige plekken als gevolg. In dat geval is het vaak beter om uitsluitend de door de leverancier geadviseerde onderhoudsproducten te gebruiken.

Wat is “schoon”?!

‘Schoon’, oogt soms anders bij een gietvloer dan bij tegels of hout. Lichte wazen of ‘vegen’ kunnen erbij horen; dat is de uitstraling van het product en komt niet door vuil. En let op: less is more; minder schoonmaakmiddel en vaker alleen water gebruiken geeft op de lange termijn een mooier resultaat. Ook het gebruik van inloopmatten bij ingangen en vilt onder meubels, heeft meer effect op de levensduur en uitstraling van de vloer dan intensief schoonmaken.

Favoriete kersttijd? Terug naar de jaren 70 en 80

Kerstboom jaren 70 stijl. Foto: S.v.d. E.
Kerstboom jaren 70 stijl, met knijplampjes van Philips. Foto: S.v.d. E.

Kerstmis in de jaren 70 en 80 was net wat minder uitbundig dan tegenwoordig; geen versierde tuinen, maar het huis stond wel vol met kerstdecoraties, druipkaarsen, kerstbomen met engelenhaar en knijplampjes die vastgepind konden worden van Philips, veel rode decoraties – de échte kerstkleur, natuurlijk de kerstster plant, en ook een tijdje waren pitrieten kerstversierinkjes in de mode. Mijn familie gebruikt ze nog steeds! Zie de foto. Ik overwoog om zelf eens deze knijplampjes te gebruiken, maar 15 watt per lampje a 15 stuks? Dat komt neer op 1 kW/h per 4 uur! Nee, ik houd het dan toch maar op een slinger ledlampjes!

Een 'familie erfstuk', de kerstboomkaarsjes van Philips ;-)
Een ‘familie erfstuk’, de kerstboomkaarsjes van Philips 😉

Wat aten de meeste gezinnen?

Sommige dingen veranderen nooit! Nog steeds zijn pasteitjes met ragout hartstikke leuk, het hoort bij kerst: toen en nu. Verder stond ieder jaar weer een rollade op het menu, stoofpeertjes, natuurlijk gourmetten, steengrillen, maar bovenal de vleesfondue kwam op tafel. En veel spelletjes spelen, het liefste iets als monopolie, waar je als gezin wel even mee zoet bent! Het huis hing/ en stond helemaal vol met kerstkaarten.

Onze fondue vorkjes van weleer!
Onze fondue vorkjes van weleer!

Kerstmuziek & hits, toen ze nog echt ontstonden!

Waar blijven die mooie nieuwe kersthits? Als tiener in de jaren 80 kon het niet op! In de ijskoude winter van 84-85 (denk Elfstedentocht koud, die toen gehouden werd), waren strakke jeans in de mode en moesten wij dagelijks 45 min heen en 45 min terug op de fiets naar school; dat werd stampen onderweg om je benen een beetje nog een beetje te voelen, die pijn van de kou deden. Meine Güte, wat was het steenkoud. Altijd als ik Wham hoor, met ‘Last Christmas’ voel ik precies die tijd weer. In ons klaslokaal hingen tekeningen van George Michael en Andrew Ridgeley, iedereen was wel op de één of op de ander verliefd. We namen de Hitkrant mee naar school, met daarin posters van Band Aid of Wham. Je agenda zat ook bomvol met foto’s van die twee mannen. Gosh, wat waren ze hót!

Maar niet alleen Wham had toen een smasher van een hit, ook ‘Do they know it’s Christmas time’ van Band Aid was een enorme hit! Heerlijk wegdromen, fantastische tijden. En laten we The power of love’ van Frankie goes to Hollywood niet vergeten, één van m’n favoriete nummers; ook precies toen was dat een hit. Om het nóg erger te maken, ook precies in dat jaar kwam ‘We all stand together’ van Paul McCartney uit….. 4 Monster hits in één jaar tijd.

In 1981 kwam het mooie ‘Christmas Was a Friend of Mine’ uit van de Nederlandse Fay Lovsky; zo’n mooi nummer – natuurlijk hoor je deze ook nu nog en tot in lengte der dagen. Een aantal jaren later, in 1988, was er de hit van Chris Rea, met het mooie ‘Driving home for Christmas’. Toen kwam begin jaren 90 nog Mariah Carey met haar monsterhit ‘All I want for Christmas’ – no need to say more.

En toen was het stil. Na deze periode zijn er geen écht nieuwe kerstmonsterhits meer bijgekomen. Dus met andere woorden: al 30 jaar(!) zijn er géén nieuwe GROTE kersthits meer gekomen..?!?

Kerstmis nu

Ik vind de huidige kersttijd minstens zo leuk, met wél versierde, verlichte tuinen, een weelderig luxe aanbod in de supermarkten en de mooiste kerstreclames. Maar nieuwe kersthits? Die mis ik wel!

De top 5 tips voor het isoleren van je vloer

Zo werkt het aanbrengen voor isolatiekorrels.
Zo werkt het aanbrengen voor isolatiekorrels.

Koude voeten in huis terwijl de verwarming lekker brandt? Dan is de kans groot dat je vloer niet goed geïsoleerd is, of er is tocht. Je kunt dit checken door een vlammetje iets boven de vloer te houden. Zie je de vlam één kant op gaan, in plaats van kaarsrecht te branden? Dan is er tocht. Blijft de vlam recht maar straalt de kou vanuit de vloer omhoog, dan zorgt de kruipruimte voor de kou (of er is natuurlijk én optrekkende kou, én tocht). Op deze manier verdwijnt een deel van de warmte in huis: doodzonde van de energiekosten. Met deze vijf tips pak je het slim aan en geniet je straks van een warme vloer.

Tip 1: check eerst je kruipruimte

Voordat je aan de slag gaat met vloerisolatie is het verstandig om je kruipruimte te inspecteren. Hoe hoog is de ruimte onder je vloer? Is er sprake van vocht of water? Deze zaken bepalen welke isolatiemethode het beste werkt voor jouw situatie.

Een kruipruimte van minimaal 50 centimeter hoogte is ideaal voor het aanbrengen van isolatiemateriaal aan de onderkant van je vloer – denk dan aan steenwol bijvoorbeeld. Is de ruimte lager, dan zijn er andere oplossingen mogelijk, zoals bodemisolatie (denk aan EPS HR++ kunststof parels, of isolatiechips). Bij twijfels over de staat van de kruipruimte kun je het beste eerst een specialist raadplegen, voordat je de verkeerde beslissingen neemt (wat zonde is van de investering).

Tip 2: kies het juiste isolatiemateriaal

Er zijn verschillende materialen waarmee je je vloer kunt isoleren. Denk aan isolatieplaten, purschuim of minerale wol. Elk materiaal heeft zijn eigen eigenschappen en toepassingen. PUR schuim wordt gespoten en vult alle kieren en naden (hoewel aan varianten, lijkend op purschuim (het UF-schuim (het wordt zelfs misschien verboden voor gebruik) ook nadelen kunnen kleven, sommige bewoners klagen over hoofdpijn, benauwdheid e.d. – laat je dus vooraf goed informeren), andere materialen worden aan de vloer bevestigd, of de bodem van de kruipruimte wordt met een laag kunststof chips of parels bedekt – ze worden er dan met een soort grote stofzuigerslang ingespoten.

Het belangrijkste is dat je kiest voor materiaal met een goede isolatiewaarde. Hoe hoger de zogenaamde R-waarde, hoe beter de isolatie werkt. Een specialist van vloer isoleren kan je adviseren over het beste materiaal voor jouw woning en budget.

Tip 3: vergeet de leidingen niet

Onder je vloer lopen vaak leidingen voor de verwarming en warm water. Als je toch bezig bent met vloerisolatie, isoleer deze leidingen dan meteen mee. Zo voorkom je onnodig warmteverlies en werkt je verwarmingssysteem een stuk efficiënter.

Leidingisolatie is niet duur en maakt een groot verschil. Je cv-ketel hoeft minder hard te werken om het water op temperatuur te houden. Dit bespaart energie en verlengt de levensduur van je installatie.

Tip 4: pak vochtproblemen eerst aan

Een vochtige kruipruimte is een veelvoorkomend probleem in oudere woningen. Voordat je gaat isoleren moet je eventuele vochtproblemen aanpakken. Isolatiemateriaal in een natte kruipruimte kan gaan schimmelen en verliest zijn werking; zo wordt het een zinloze investering.

Zorg voor goede ventilatie in de kruipruimte door voldoende ventilatieroosters te plaatsen – let ook goed op of de bestaande ventilatieroosters niet bedekt zijn met blaadjes, afval of bloembakken etc.
Bij ernstige vochtproblemen kan een drainagesysteem of bodemfolie uitkomst bieden. Laat dit altijd door een vakman beoordelen, want een verkeerde aanpak kan later voor grotere problemen zorgen.

Tip 5: schakel toch de expert in voor ’t beste resultaat

Vloerisolatie kun je gedeeltelijk zelf doen, maar voor het beste resultaat schakel je nog steeds een pro in. Een gecertificeerd isolatiebedrijf heeft de knowhow en ervaring om dit karwei professioneel uit te voeren – en je ontvangt garantie.

Veel isolatiebedrijven kunnen je woning binnen een dag isoleren. Je hebt er weinig overlast van en merkt direct het verschil. Geen koude vloeren meer en heb je een slimme meter, dan kun je al snel resultaat terugzien op het verwarmen van je woning.

Wat levert vloerisolatie op

Met een goed geïsoleerde vloer bespaar je gemiddeld 5 tot 10 procent op je gasverbruik. Bij de huidige energieprijzen verdien je de investering binnen enkele jaren terug. Daarnaast stijgt het comfort in huis aanzienlijk. De vloer voelt warmer aan en je hebt minder last van optrekkend vocht.

Ook je energielabel verbetert door vloerisolatie. Mocht je ooit je woning willen verkopen, dan is een beter energielabel een pluspunt. Kopers letten steeds meer op de energiezuinigheid van een huis (net als de hypotheekverstrekker…).

Subsidie voor vloerisolatie

Goed nieuws: voor vloerisolatie kun je subsidie krijgen van de overheid. Via de ISDE regeling ontvang je een deel van de kosten terug. Het bedrag hangt af van het aantal vierkante meters dat je laat isoleren. Combineer je vloerisolatie met andere maatregelen zoals spouwmuurisolatie, dan krijg je per maatregel een hoger subsidiebedrag.

Vraag bij je isolatiebedrijf naar de mogelijkheden. Veel bedrijven helpen je met de subsidieaanvraag, zodat je geen papierwerk hoeft uit te zoeken.

Mocht je vroeger roken op veel plekken?

Tijden veranderen in een razend tempo; met de ban van de sigaret uit de horeca in 2007 was het laatste stukje roken binnen in het openbaar weggevallen. Zelf, als ex-rookster, kan ik me nog alles goed voor de geest halen waar je “vroeger” (want zo lang geleden is het nog allemaal niet) mocht roken in het openbaar, dit artikel is dus een weergave van hoe het vroeger ongeveer ging.

Kom je net als ik uit de jaren 70, of nog van daarvoor, dan had je waarschijnlijk te maken met ouders die rookten, meesters of schoolhoofden die erop los paften, kon je zelf op je 15e of 16e gewoon sigaretten kopen in de winkel, kon je er in de trein één opsteken in de rokerscoupé en rookte je op het MBO gewoon in de aula/ kantine. Op héél veel plekken mocht je dus roken vroeger. Iedereen had z’n eigen merk, daarmee kon je jezelf ook nog profileren. En natuurlijk waren er overal sigarettenreclames buiten op bilboards te zien en in tijdschriften (dit werd begin 2000, of eerder? in de ban gedaan).

Op deze plekken kon je roken vroeger:

Tot wanneer mocht je roken op bepaalde plekken?

  • In de trein mocht je tot 2004 roken in de speciale rokerscoupé. De asbakken waren aan het einde van de armleuning geïntegreerd in diezelfde leuning, zo konden ze er niet uit gesloopt worden.
  • Ja, ook in het vliegtuig mocht je roken, ook hier waren er rokers en niet rokers afdelingen. Dit was tot halverwege jaren 90 toegestaan bij Nederlandse vliegtuigmaatschappijen. Het kon dus voorkomen dat je bij buitenlandse maatschappijen nog wel mocht roken aan boord.
  • Onze hoofdleraar op de basisschool, begin jaren 80, die steevast de 6e klas les gaf, rookte gewoon voor de klas; iets wat wij leerlingen niet raar of apart vonden, maar eigenlijk normaal (we vonden er niets van).
  • In het ziekenhuis was roken nog wel toegestaan in restaurants in de jaren 90. Het roken werd stapje voor stapje verbannen, ook buiten werd rookvrij (nog maar een aantal jaar geleden).
  • Toen ik in de jaren 80 (’87) naar het MBO ging mochten wij leerlingen in de aula roken, daar stonden asbakken en de aula stond dus vaak blauw van het roken. Binnen roken mochten leerlingen niet op de mavo, dus het verschilde wel per school / of per leeftijdscategorie.
  • In de horeca mocht per juli 2008 niet meer binnen gerookt worden, wel waren aparte rokersgedeelten (met eigen entree en gesloten deuren) nog een tijdje toegestaan bij mijn weten. Overigens denken wij de horeca aan restaurants en cafés misschien, maar ook bij V&D of bij IKEA mocht je binnen roken in het rokersgedeelte van het restaurant (ter voorbeeld), dus ook bij winkelketens e.d. die een restaurant hadden, waren rokersplekken.

Speelgoed sigaretten in de vorm van chocolade sigaretten van Sinterklaas

Roken mocht dus op veel plekken. Dit is nu niet meer voorstelbaar en het verbod is beter voor iedereen en het algemeen belang. Kinderen komen tegenwoordig minder in aanraking met sigaretten hierdoor – want wij hadden als kind zelfs “speelgoed sigaretten”, in de vorm van chocolade sigaretten; kon je net doen alsof je rookte en dat vonden we echt leuk als kind! Natuurlijk waren ze er om op te eten, maar als kind stak je ze toch in je mond om te doen alsof je rookte. Daarbij was je ook gewend dat er op verjaardagen sigaretten in glaasjes op tafel stonden voor de gasten, net zoals er zoutjes in bakjes liggen. Héél andere tijden dus, tot ergens in de jaren 70.

De verboden zijn misschien niet voor iedereen even fijn, maar ik blijf van mening dat het veel beter is voor jong en oud. Vaste rokers kunnen net even wat minder vaak een sigaret opsteken. Kinderen hoeven niet meer in rookwalmen te zitten – win win dus.

Was het bekend in de jaren 70 en 80 dat roken slecht voor je was?

Ja, het was bekend dat roken slecht voor je gezondheid was, ook destijds. Wellicht dat men tegenwoordig meer kennis heeft over de uiteenlopende ziektes die roken met zich meebrengt.

Ik kan mij herinneren dat onze biologieleraar begin jaren 80 een wit zoekdoekje naast de deur had gehangen, met daarom een bruine grote vlek. Dat was de rook uitademing van iemand op dat betreffende zakdoekje. Een waarschuwing dus. Aan kinderen en jongeren werd aan alle kanten destijds geprobeerd bij te brengen niet te gaan roken. Ook toen werden er rijbewijzen beloofd aan jongeren als zij niet zouden gaan roken.

De thuis hondenoppas vertelt! FAQ’s voor dummies

Aan de wandel met 3 oppashonden, 2 zijn van één baasje en de Cocker Spaniel is zó easy going, die past overal bij!
Aan de wandel met 3 oppashonden, 2 zijn van één baasje en de Cocker Spaniel is zó easy going, die past overal bij!

Als hondenoppas aan huis krijg ik regelmatig dezelfde soort vragen, zoals of ik niet gek wordt van het hondenhaar? Ja, als je niet oppast (leuke woordspeling!), dan zit inderdaad je huis volledig onder het hondenhaar. Hoe ik daarmee omga? Door wat slimme truckjes toe te passen. Maar welke andere vragen komen ook regelmatig op mijn pad?

Zit mijn hele huis onder de haren?

Natuurlijk kun je allereerst niet voorkomen dát er hondenhaar in huis komt. En tijdens het voorjaar en de zomer moet ik dagelijks stofzuigen; niet alleen vanwege het haar, maar om een vlooienplaag te voorkomen (gelukkig heb ik daar sinds een aantal jaren geen last meer van in huis, maar je zult met honden in huis wel altijd preventief moeten handelen). Met dit vervelende bijeffect moet uiteraard iedereen met een hond in huis rekening houden. Maar dat terzijde, tegen wie zelf graag een hond wil, maar dit laat vanwege het haar, zeg ik weleens: kies dan voor een labradoodle. Echt, ze verharen zo goed als niet (ik pas vaker op labradoodles; er is nauwelijks enig haarverlies, het is echt zo).

Kunnen de honden altijd goed met elkaar overweg?

Omdat ik maar op enkele honden per keer pas en ook kritisch ben op het ras, gaat het eigenlijk altijd goed. En allereerst maak ik altijd kennis met een hondeneigenaar, met hond erbij. Zelf heb ik een chihuahua, die standaard lelijk doet tegen een nieuwe hond. Dit uit zich in vooral hard blaffen naar de hond. Blijft de oppashond rustig, dan is het goed; mijn hond zal dan ook de hond accepteren. Maar soms kan een kennismakingshond óók lelijk gaan reageren; dan komt het niet goed en kan er ook geen oppas plaatsvinden. Het valt me op dat vooral bordercollies mijn keffende chihuahua niet goed accepteren en zelf soms venijnig worden. Daarom pas ik dus nooit op bordercollies. Kleine rassen, zoals de jackapoo die je steeds meer ziet, dat gaat eigenlijk áltijd goed.

Maar ook herdershonden, en vele andere rassen gaat prima. Het enige type hond waar ik niet op pas zijn pitbull-achtigen. Al zijn ze soms nog zo lief, ik ken ze niet goed genoeg om het risico in te schatten/ of te kunnen uitsluiten. Daarnaast houd ik altijd rekening met welk type hond geboekt heeft voordat ik er een andere hond bij plaats. Dan overleg ik met beide baasjes of hun hond moeite zou hebben met teef/reu of ras; zij kunnen dan zelf beoordelen of dit zou kunnen matchen.

Een kleine tijger: onze Chihuahua Lola - super lief beestje, maar ze moet even wennen aan nieuwe honden.
Een kleine tijger: onze Chihuahua Lola – super lief beestje, maar ze moet even wennen aan nieuwe honden.

Wat doe ik als een hond ziek word?

Is een hond ziek, of lijkt er iets mis te zijn, dan neem ik contact op met de eigenaar en leg de situatie voor. Het komt eigenlijk zeer zelden voor, maar het kan zich voordoen. Baasjes geven mij altijd vooraf het hondenpaspoort, hierin staan ook vaccinaties vermeld, en uiteraard de gegevens van de hond. Die neem ik mee naar de dierenarts en leg dan een eventuele behandeling voor aan de eigenaar. Dan kan deze zelf beslissen of er behandeld kan worden. Ik schiet het voor, of bij een te groot bedrag kan de baas het overboeken. Maar dit heb ik in de praktijk nog niet meegemaakt op die manier.

Laat ik de hond loslopen?

In principe laat ik oppashonden nooit loslopen, ook al doen de eigenaren dat zelf wel. Ik kan nooit voorkomen dat de hond geen andere hond tegenkomt die hem bijt of schade berokkend. Als oppas heb je niet snel dezelfde zeggenschap over een hond dan de eigen baas. Dat risico wil ik dus niet nemen. Honden kunnen nog zo goed luisteren, maar steekt er plots een kat over de weg, of zien zij iets anders, dan kunnen zij toch ineens de weg opschieten. Ook in hondenlosloopgebieden kan het fout gaan. Nu wil ik niet van het zwartste scenario uitgaan, maar je moet er toch rekening mee houden.

Alleen honden die wekelijks op vaste dagen komen als de baas werkt, die mogen op den duur loslopen (als baas en hond dat graag willen), want dan ga je een langdurige band met de hond aan en luistert deze buiten beter en heb je ‘m echt onder appèl staan.

Welk voer geef ik de hond?

De hond krijgt zijn eigen voer, wat het baasje meegeeft. Dit omdat veel honden last van hun darmen krijgen als zij ineens plots op ander voer overgaan (met vaak buikloop als gevolg).

Hond laten wennen

Sommige baasjes willen de hond graag eerst laten wennen voordat zij op vakantie gaan, om te zien of de hond op zijn plek is en of het werkt voor de hond. Helemaal prima, het is wel zo dat de extra nachten niet gratis zijn – dus meestal combineren baasjes dit met een weekend waarop zij sowieso plannen hebben.

Meer weten of boeken voor oppas in Rotterdam-Oost en Capelle a/d IJssel? Neem hier vrijblijvend contact op voor meer informatie.

Onze lieve honden Ruby en Scruff, beiden heel oud geworden en beiden overleden inmiddels (2022 en 2025). Ik had dus niet altijd alleen een Chihuahua
Onze 2 lieve eigen honden: Ruby en Scruff, beiden heel oud geworden en beiden overleden inmiddels (in 2023 en 2025). We hadden dus niet altijd alleen een Chihuahua.

Wel of geen plinten in huis nemen?

Laminaat vloer, afgewerkt met staande plinten. Echt wel heel mooi!
Laminaat vloer, afgewerkt met staande plinten. Echt wel heel mooi!

Koop je een vloer, dan koop je meestal ook plinten. Het nut van plinten is dat zij lelijke vloerranden wegwerken, de vloer echt netjes afronden en een nog mooiere uitstraling geven. Tenzij ze natuurlijk in lelijke staat zijn.

Plinten zijn super makkelijk zelf te verwijderen

Tref je in je nieuwe woning bijvoorbeeld een nog prima vloer, maar zijn de plinten lelijk geworden? Met een spatel, die je achter de plinten schuift, kun je zo de plinten eraf trekken (ze zijn vaak verlijmd aan de muur, en ook wordt er meestal met kleine spijkertjes gewerkt, let dus op je handen!) Je trekt ze eraf en breekt ze in stukken, mits dun genoeg, van 1 meter bijvoorbeeld, zo kun je ze makkelijk afvoeren in je auto.

Opnieuw plinten plaatsen, hoe doe je dat?

Het spreekt voor zich dat je de muur voorbereidt: egaliseer de muur en maak vet- en stofvrij. En dan:

– Controleer of de vloer droog en stabiel is. Bij een pas gelegde vloer (bijvoorbeeld hout of laminaat) moet het materiaal volledig geacclimatiseerd zijn, omdat het anders later kan werken.
– Zaag de plinten op maat. Gebruik een verstekbak of een afkortzaag voor nette 45-graden hoeken bij binnen- en buitenhoeken. Nummer de plinten zodat je weet welk stuk waar hoort.
– Schuur de zaagranden licht en werk ze desgewenst voor met grondverf of lak, vooral bij massief hout om vochtopname te beperken.

Plinten aan de muur bevestigen

De drie meest voorkomende methodes om plinten vast te zetten zijn: schroeven en pluggen, spijkerpistool, of lijmen/kitten.

Schroeven en pluggen:
Let op, methode alleen geschikt als de plinten daarna nog worden geschilderd.
– Geschikt voor steen- of betonnen muren.
– Boor om de 40–60 cm een gat door de plint en markeer deze op de muur.
– Boor de muur met een steenboor (diameter afgestemd op de plug, meestal 6 mm).
– Plaats pluggen, schroef de plint vast met verzonken schroeven.
– Werk de schroefgaten af met houtvuller of plamuur en schuur glad voor het schilderen.
Voordeel: zeer stevig, eenvoudig te demonteren.
Nadeel: meer zichtbare gaten en meer werk.

Afwerken met een spijkerpistool:
– Ideaal voor houten of gipsen wanden met een houten regelwerk.
– Gebruik dunne afwerkspijkers, om de 40 cm.
– Licht schuin inslaan of schieten om betere grip te krijgen.
– Vul de spijkergaatjes met plamuur, mocht dat nodig zijn.
Voordeel: snel en minder zichtbaar dan schroeven.
Nadeel: bij betonnen muren niet toepasbaar zonder latten.

Lijmen of kitten:
– Vooral bij MDF-plinten en bij vlakke, schone muren (gips, beton, baksteen).
– Gebruik een sterke montagekit of hybride polymeerkit (bijv. een high-tack montagekit).
– Breng om de 30 cm een slinger van kit aan op de achterkant van de plint.
– Druk de plint stevig tegen de muur en gebruik eventueel afstandsblokjes om een kleine naad bij de vloer te houden.
– Ondersteun of fixeer tijdelijk met schilderstape tot de kit uithardt.
Voordeel: geen zichtbare bevestiging, snel en netjes.
Nadeel: lastig te verwijderen zonder beschadiging.

Wanneer zijn plinten een must?

  • Staande plinten zijn heel mooi bij ouderwetse stenenvloeren; de plinten moeten dan wel van hetzelfde steensoort zijn, vind ik. Denk oud-Hollandse vloeren
  • Bij een houten, laminaat of pvc vloer is het óndenkbaar dat deze niet zou zijn afgewerkt met plinten.
  • Liggende plinten zijn bij laminaat, pvc en hout er makkelijk te plaatsen dankzij de plakstrip, maar staande plinten staan chiquer.
  • Het staat mega lelijk als er bij een houten vloer geen plinten liggen. Komt ook bijna niet voor overigens.
  • Plinten werken natuurlijk oneffenheden van snijdranden e.d. weg.
  • Plinten zorgen ook voor een mooie overgang van vloer naar muur: maar niet áltijd!

Wanneer geen (zichtbare) plinten?

  • Op een gegoten vloer, van bijvoorbeeld beton, worden meestal geen “zichtbare” plinten geplaatst, dus niet in de kleur van de vloer.
  • Vaak wordt er gekozen voor dunne, wit houten plinten, die nauwelijks zichtbaar aanwezig zijn.
  • Zeker wordt er niet gekozen voor liggende plinten op gietvloeren.
  • Ook kun je er voor kiezen om geen plinten te plaatsen, dan oogt de vloer wat meer industrieel.

Nieuwe plinten uitzoeken, dat doe je waar?

Wil je het graag lowbudget houden en maakt het je niet zoveel uit of er een beperkte standaard keuze is? Dan is een bezoekje aan de bouwmarkt de plek waar je moet zijn. Wil je de plinten echt fine tunen, dan raad ik je aan om de plinten van Houtafwerking.nl eens te bekijken, hier kun je finetunen tot aan de vele verschillende soorten afwerkingen van de randen en in vele soorten kleurschakeringen – ik kan het weten, heb er nl. zelf onlangs besteld.

Hier heb ik de plinten verwijderd, binnenkort komen er nieuwe witte plinten, want het oogt nogal kaal en onafgewerkt.
Hier heb ik de plinten verwijderd, binnenkort komen er nieuwe witte plinten, want het oogt nogal kaal en onafgewerkt.

Fijn! Strakke en onderhoudsvrije wanden in huis

Deurgat is weggewerkt achter de houten muurpanelen. Super oplossing!
Deurgat is weggewerkt achter de houten muurpanelen. Super oplossing!

Daar waar ooit een deur met bovenlicht zat in mijn woonkamer, heb ik deze laten verbouwen naar een wand met gedeeltelijk houten wandpanelen. Deur is eruit gehaald, in de deuropening is een houten stelling bevestigd , waaraan de wandpanelen zijn bevestigd (aan voor- en achterzijde). Heel blij mee en een mooie eenvoudige oplossing voor een overbodige deur; netjes weggewerkt en m’n woonkamer is ervan opgeknapt!

Panelen, ik heb gekozen voor hout, maar er is tegenwoordig veel mogelijk, zijn ideale wegwerkers van lelijke muren, overbodige deuren en zorgen voor extra isolatie, een mooier interieur en geluidsdemping. Super veel voordelen dus.

Dit is de achterkant van daar waar eerst een deur zat. Voor- en achterkant van de deuropening zijn dus voorzien van panelen.
Dit is de achterkant (in de hal) van daar waar eerst een deur zat. Voor- en achterkant van de deuropening zijn dus voorzien van panelen.

Wil jij ook wandpanelen plaatsen? Even alles op een rij:

Allereerst, er is volop keuze uit vele soorten wandpanelen, denk aan: echt hout, echte natuursteenstrips, pvc, betonstuc tot aan marmer platen .. en nog veel meer! Er valt dus echt wat te kiezen. Steenstrips of betonstuc kan super staan bij de openhaard bijvoorbeeld, of in de keuken. Marmer platen doen het goed in sanitaire ruimtes, zoals bad en toilet.

Marmer look badkamer panelen in mijn badkamer.
Marmer look badkamer panelen in mijn badkamer.

Welke wandpaneel komt waar?

Wandpanelen kun je vrijwel overal plaatsen, hoewel niet alle soorten geschikt zijn voor de badkamer (eerst even goed bekijken voor aankoop). In de woonkamer worden vaak accentmuren gemaakt. Dat kan met allerlei soorten wandpanelen gedaan worden op plekken die je visueel/ optisch wilt afscheiden. Bijvoorbeeld een accentwand bij de tv-hoek, eethoek of zithoek, is super gaaf af te scheiden met wandpanelen. In de keuken en hal kies je eerder voor vuil-afneembare panelen. Is geluidsdemping belangrijk, dan zijn er akoestische wandpanelen. Let dus ook echt op de functie van de wandpanelen.

Opmeting

Meet eerst alles nauwkeurig op voordat je bestelt. Noteer de exacte hoogte en breedte van elke wand en bereken hoeveel panelen je nodig hebt. En belangrijk: houd ook rekening met snijverlies en moeilijk bereikbare hoeken. Dat betekent dus dat je in de praktijk altijd (iets) meer panelen moet kopen gezien het snijverlies; reken op 15% meer kopen dan je nodig zou hebben.

Let ook op de aanwezigheid van stopcontacten, lichtschakelaars of kozijnen. Bepaal vooraf of je daar omheen werkt of ze netjes wilt integreren in het paneelwerk. Goed voorbereid zijn voorkomt een hoop ergernissen tijdens het klussen! Twijfel je of je het zelf kunt? Een klusser is vaak zo klaar met wandpanelen, waar je zelf lang aan het tobben bent (ik heb in ieder geval voor een klusser gekozen, die in een goed uur klaar was).

Muur voorbereiden

Als de muurpanelen bevestigd worden op een latten frame (zoals bij mij het geval), of kliksysteem, dan is er weinig voorbereiding nodig. Worden de panelen verlijmd geplaatst op een muur, dan moet deze egaal zijn, stofvrij en ontvet zijn. Je kunt eventueel denken aan eerst een muur primer plaatsen (hechtende verflaag), wat voor een superieure hechting zorgt. Primer kun je ook op keukentegels smeren (koop speciale tegelprimer in dat geval).

Panelen stap voor stap bevestigen

Begin bij een rechte hoek en werk dan systematisch naar buiten toe. Gebruik een waterpas om te zorgen dat de panelen mooi recht worden geplaatst. Werk je met een patroon of structuur? Let dan op de aansluiting tussen de panelen, anders klopt het patroon zichtbaar niet, wat voor een lelijk effect zorgt.

Voor pvc-panelen is het vaak voldoende om een montagekit te gebruiken. Druk de panelen stevig aan en werk eventuele randen of kieren af met een bijpassende strip. Zo krijg je een strak eindresultaat zonder zichtbare overgangen.

Zijn alle panelen geplaatst? Loop dan alles nog even na. Zit alles goed vast? Kloppen de lijnen? Is alles mooi afgewerkt? Werk kleine oneffenheden weg met een afwerkingsprofiel of voegmiddel, afhankelijk van het gekozen systeem. Veeg lijmresten z.s.m. weg met een oude, droge doek.

Bij panelen met een natuursteenlook, zoals marmer platen, is het extra belangrijk om het patroon goed te laten doorlopen. Dat zorgt voor een mooiere uitstraling, vooral op grotere oppervlakken zoals halwanden of badkamerachterwanden.