Typisch Scandinavische leefgewoonten, weer een heel andere beleving

Gekleurde woningen in het Noorden. Foto: SvdE
Gekleurde woningen in het Noorden. Foto: SvdE

Ooit, in een ver verleden, ben ik een week naar Denemarken geweest. Een vriendin van ons, als begin twintigers, liep daar stage, vlakbij de stad Randers. Ze had ons al geïnformeerd dat e.e.a. heel anders verliep in Denemarken dan bij ons. En aangezien ze bij een Deens gastgezin verbleef streken wij daar ook neer; we waren van harte welkom! Het bleek een klein gehuchtje. Natuurlijk was het ijzig koud toen we daar in februari arriveerden; je voelde de temperatuur dalen naar mate we verder vanuit Duitsland naar het noorden trokken. Later heb ik ook eens, bevangen door het mooie Scandinavië, een overtocht per boot gemaakt naar Kristiansand met de Kristiansand ferry – stom genoeg had ik mijn reistabletten niet bij me – altijd doen!

Boottocht maken over de Noordzee? Vergeet je reispillen niet!

De Noordzee kan juist daar erg ruig te keer gaan, dus twijfel je of je per land of boot gaat: neem in het laatste geval absoluut iets tegen zeeziekte mee(!). Want werkelijk, het was enerzijds fantastisch, je vertrekt nl. in de middag, dus dan krijg je de meest mooie, weidse vergezichten over zee te zien, maar al voor het eten voelde ik me niet goed worden. En Kristiansand, op aanraden van een vriendin bezocht, was echt fantastisch – een schattig dorpachtig stadje (zo voelt het), met gekleurde huisjes aan een mooie baai in Noorwegen, is absoluut een bezoek waard (net als de omgeving van Kristiansand), maar de boottocht van maar liefst 18 uur kan hels zijn! Direct uiteraard ter plekke iets gekocht voor de terugreis, en dat hielp als een tierelier. Want my oh my, ik was op de heenreis hondsberoerd en kroop over het gangpad naar het toilet, kon door de deining niet meer rechtop lopen. Het brak los toen ik een jongetje achter ons enthousiast hoorde zeggen: ‘het lijkt wel Six Flags!’

Maar om terug te komen op onze ervaring in Denemarken: sommige leefgewoonten verlopen daar anders dan bij ons, erg bijzonder!

Typisch Deens/ Scandinavische ‘dingen’

Randers in Denemarken ligt vrij noordelijk, maar tijdens de terugreis bezochten we ook Aarhus en Odense. Toen we in het gehucht bij Randers arriveerden, bij het gastgezin, en we daar een warme maaltijd kregen, leken we wel ‘de aardappeleters’. Om te beginnen zaten we in een vrij donkere woonkamer, met een paar schemerlampjes. De pannen met eten stonden niet op tafel, maar werden doorgegeven. Je zit dus aan tafel, schept bijvoorbeeld aardappels op, en geeft de pan dan door aan degene naast je (met de klok mee), idem met groente en vlees. Ben je uitgegeten, dan zeg je “tak for mad” (dit had onze vriendin ons al geïnstrueerd van te voren). Het was echt een kneuterige beleving, maar leuk!

Ook de badkamer was een “beleving”. Daar denk ik met warme gevoelens aan terug! In die ijzig koude periode (geen sneeuw gelukkig) hadden deze mensen vloerverwarming, maar dan niet zoals wij dat kennen: in het midden van de badkamer stond nl. een grote ingebouwde ketel waar door henzelf drank of bier in werd gestookt/ gebrouwen (schijnt vaker voor te komen gezien de hoge kosten voor drank in Scandinavië). De leidingen die hiervoor onder de grond doorliepen, verwarmden de vloer van de badkamer. Zoiets heb ik dus nog nooit eerder in mijn leven gezien(!) En ja, wij waren begin 20, dus we gingen ook stappen uiteraard. De jongeren daar, destijds i.i.g., stonden buiten eerst ‘in te drinken’ voordat zij een disco ingingen, want binnen waren de drankjes niet te betalen. En als Scandinaviërs gaan drinken, dan kunnen zij ook echt losgaan, vertelde onze vriendin. Ze staan wat dat betreft “aan/ of uit” (niet op dagelijkse basis natuurlijk!).

Schoenen uit svp!

Ook is het in Denemarken – en waarschijnlijk in andere Scandinavische landen – zeer gebruikelijk om je schoenen uit te trekken bij de deur. Bij sommige deuren zie je diverse schoenen buiten staan. Het leuke in Denemarken is, vooral in landelijk Denemarken, dat mensen nog vrijer wonen, deuren worden niet op slot gedaan, het is een beetje de oud Hollandse sfeer. Wat ook zo prettig is: er is veel meer natuur én veel minder inwoners dan bij ons (buiten de drukkere steden natuurlijk). In Denemarken zie je ook nog piepkleine huisjes staan in oude stadswijken. Zo bezochten wij het huisje van Hans Christiaan Andersen in Odense; een echt heel laag huisje!

Banket? Mwa, doe mij maar het Hollandse banket

Lekkernijen (zoetigheid, snoep/ bakkerij) vind ik zelf meestal niet zo heel lekker in Scandinavische landen; het ziet er meestal lekkerder uit dan dat het is (tot mijn teleurstelling als zoetekauw). Geef mij maar het Nederlandse banket. Wat dat betreft vind ik Scandinavië meer overeenkomsten vertonen met Duitsland dan met Nederland. Uit eten gaan was wel een genot, nog nooit zoveel zalm op in de meest waanzinnige dressings, en andere lekkere verse voeding.

In Denemarken, net als in andere Scandinavische landen, maar ook wel in Duitsland, zie je veel ‘gekleurde’ woningen, oranje, geel, of lichte kleuren groen, blauw, zalmkleurig. Dit doet al anders aan dan bij ons. We zijn bij verschillende ‘locals’ op bezoek geweest, waar sommige andere klasgenoten van haar logeerden, en de inrichting varieerde van oubollig tot Ikea-achtig (jaren 90), dat viel op.

Scandinavië is natuurlijk een breed begrip, maar het ruime wonen en de uitgestrekte bossen en de natuur, dát is een verademing!

Burrata “onderzoek” Keuringsdienst van Waarde

Jum. Jum. Jummmm: een échte burrata.
Jum. Jum. Jummmm: een échte burrata.

Met mij misschien vele mensen, maar ik mag graag naar de Keuringsdienst van Waarde kijken. De bezoekjes aan de fabrieken (onlangs nog een uitzending over Zwitserse fonduekaas – allemaal echt in Zwitserland gefabriceerd, ook die aluminium zakken die je bij de Aldi ziet liggen tijdens kerst – maar met grote kwaliteitsverschillen en prijsverschillen: deze uitzending was genieten). Altijd de quasi onschuldige telefoontjes van het Keuringsteam over de inhoud van producten, waarbij de telefoniste geen idee heeft wat ze moet antwoorden op product inhoudelijke vragen. Daarna gaat het team op onderzoek uit en belandt daarbij vaak over de landsgrenzen, in een fabriek waar het product gemaakt wordt. En zo kwam er ook een uitzending langs een tijdje geleden over  burrata kaas. Ik schreef hier gisteren een klein stukje over, dat dit type kaas uit plaatsen komt als Lecce, in de hak van Italië (de regio Puglia). Toen ik erover schreef dacht ik, toch eens een stukje aan wijden. Want wat is echte burrata en wat niet… (volgens de Keuringsdienst van Waarde, die het ter plekke hebben onderzocht; ik wist het nl. ook niet hoor!).

Uitkomst Keuringsdienst van Waarde over de Burrata

De uitkomst is meer even een samenvatting, want anders wordt het wel een heel technisch verhaal. Het komt er op neer dat een échte burrata, zoals afkomstig uit de regio Puglia Italie, ten eerste vers gemaakt wordt. Het gaat om mozzarella kaas, dat wordt gekneed en dan ‘afgeknipt’, daarom ook het nog zichtbare tuitje aan de kaas. En let op: van binnen is hij gevuld met room (burro/ roomboter smaakd). En let wel, de echte burrata kun je alleen maar vers eten. Hij moet dan binnen uiterlijk 3 tot 4 dagen zijn opgegeten.

Dus lieten de makers van het programma ook zien aan de fabrikant hoe bij ons een burrata voorverpakt te vinden is in de schappen van de supermarkt; gewoon een maand houdbaar. Hier werd uiteraard smakelijk om gelachen: neen, dan is het géén burrata. Dit betreft dan een product wat misschien lijkt op de burrata, maar het niet kan zijn. Wil je een échte burrata? Dan bezoek je op zijn minst ofwel een kaasspeciaalzaak, of een Italiaanse speciaalzaak (in vele steden te vinden, maar in Rotterdam is Little Italy al jáááren dé plek, eigenaar is half Italiaans).

De Italiaanse keuken op de wereld erfgoed lijst eind 2025

En let op: de Italiaanse keuken is afgelopen december (2025) door Unesco officieel erkend als immaterieel cultureel erfgoed. Fantastisch nieuws natuurlijk en bijzonder terecht. De Italianen zijn hier niet alleen trots op, het is een bevestiging van wat zij en eigenlijk de hele wereld wel kunnen beamen; deze keuken kent unieke gerechten, overal op deze aardbol koop je “pizza’s en pasta’s”.

Italianen bewaken hun keuken ook goed. Niet voor niets is een keten als Domino’s pizza in 2022 failliet gegaan in Italië. Dit vinden zij, en pardon my French: niet te vreten. Wijk niet af van de Italiaanse bereidingswijze, dát vooral. Je kunt geen kant-en-klare voorgesneden groenten kopen voor je pastasaus, zo werkt het niet (ook weer te zien geweest bij de Keuringsdienst van Waarde). Voor een goede saus moeten de ingrediënten (waaronder peen) uren pruttelen. Het vlees mag niet te vet zijn, maar ook niet te droog. Het luistert nauw. Niet alle groenten moeten even lang pruttelen. Enzovoorts. De precieze bereidingswijze geldt voor heel veel gerechten uit Italië, daarom moet je ook naar speciaalzaken als je het echt goed wilt doen en koken met de juiste ingrediënten.

Huishoudelijke wijsheden uit het verleden

Komt super tot zijn recht, ook als je een modern interieur hebt.
Kanten tafellaken, komt super tot zijn recht, ook als je interieur modern is.

Het leuke vind ik, dat als je in een andere regio komt in Nederland, of in België bijvoorbeeld, soms ineens van die ouderwetse huishoudelijkheden opduiken. Zo ben ik eens in een museum geweest in het uiterste noorden van Nederland (Groningen), een deels openluchtmuseum / deels binnenshuis (Het Hoogeland, net voor de waddenkust van Groningen) en daar heb ik ook een ‘reportage’ van gedeeld. Je stapt terug in het verleden, herkende dingen uit mijn eigen jeugd (jaren 70, zoals het wasgoed wat langs de groentetuin van mijn vader altijd hing) en dingen uit verhalen van mijn ouders. Zo is er in Het Hoogeland ook een oude schoolklas te vinden – die zo uit de jaren 30 komt; geboorte decennium van mijn ouders. En nu ben ik onlangs in brugge belgie geweest – ik was daar ooit al eens geweest begin jaren 90; fantastisch, diep middeleeuws en je raakt niet uitgewandeld in het middeleeuwse centrum.

Regionale huishoudelijke bijzonderheden

Kom je in een andere omgeving, dan zie je ineens zaken waar die regio kennelijk om bekend is. Bijvoorbeeld Gouda is echt dé kaas capital van Nederland, met de kaasmarkt en de wereldwijd bekende Gouda kaas (stap maar eens een supermarkt binnen in het buitenland; altijd tref je er Gouda). Friesland staat bekend om de schilderkunst, zoals Hindeloopen schilderkunst, Makkumer aardewerk, zoals Delft bekend staat om Delftsblauw (en er heel veel winkels van in het centrum te vinden zijn, tip: de collectie van de Porceleyne Fles/ Royal Delft is top kwaliteit). Brabant stond bekend om zijn schoenenfabrieken, en natuurlijk om de vele bierbrouwerijen, net als in Zuid-Limburg.

Bij mij aan de muur: door mijzelf geschilderd Delfts Blauw bordje van de Porceleyne Fles - heb er nl. zo'n 2 jaar gewerkt vanaf 1991. Foto: SvdE
Bij mij aan de muur: door mijzelf geschilderd Delfts Blauw bordje van de Porceleyne Fles – heb er nl. zo’n 2 jaar gewerkt vanaf 1991. Foto: SvdE

Kantklossen in Brugge

Brugge staat bekend om zijn handgemaakte kantwerk – nooit geweten! Zoiets ontdek je dan als je de brugge bezienswaardigheden opzoekt. Nu zijn er diverse echte kantwinkels, dus voor echte kant liefhebbers kun je hier goed aan je trekken komen. Ik ken kant vooral van ronde, kanten doekjes die op het hoofdeinde van een fauteuil lagen. Ze lagen daar niet voor niets; zit je veel met je hoofd tegen het hoofdeinde, dan kan dit deel vettig worden door het haar, daarom lagen die kanten (decoratieve) doekjes daar. Dit zie je tegenwoordig werkelijk nooit meer(!) Maar dat is dus zo’n ouderwetse gewoonte die mensen vroeger er op na hielden (tot in de jaren 80 zeker). Ik zie het nog zo voor me, de stoelen bestonden dan meestal uit velours stof.

Kanten lakens, sierkleedjes en tafellakens met de hand gemaakt

En kanten sierkleedjes kun je ook op een klein theetafeltje plaatsen, een bijzettafel. Je zult mensen de kost moeten geven die vroeger een kanten kleedje over een bijzettafeltje plaatsen; ook weer echt uit het verleden. In de kantwinkels van Brugge kun je van alles voor je huis kopen van kant. Ook deels kanten lakens (zó mooi) en tafellakens; dit is echt wat mij betreft uniek, want waar koop je dit nog in Nederland (en waar zie je het überhaupt nog). Dit kant is met de handgemaakt…. Je koopt het bij o.a. Lace Centre en Lace Jewel in Brugge. Ook leuk: wil je zelf aan de slag, dan kun je alle benodigdheden hiervoor kopen bij ’t Handwerkhuisje. Brugge is wel een eindje rijden, maar is ontzettend de moeite waard. Op één dag op en neer is geen punt als je de spits vermijd (want Antwerpen en Gent, wat je moet passeren, is vaak een drama).

Huishoudelijke gewoontes in Zuid Italië, nog net wat ouderwetser dan hier

Grillige kusten, afgewisseld door baaien. Foto: SvdE
Grillige kusten, afgewisseld door baaien. Foto: SvdE

Toevallig kwam ik op de site van Bari; een vakantie site over ‘de hak van Italië’ – want zo nu en dan googel ik naar foto’s van die regio. Waarom? In de jaren 90 bezochten we die hoek, en dat kwam toevallig via een ‘deken-reis’ zo. De vijftigplussers onder ons kennen dit type ‘reizen’ vast nog wel: dit waren promotie reizen waar wollen producten verkocht werden, afkomstig van Texel. Mijn ouders begonnen met die traditie en kochten ook het nodige (zo gebruik ik nog steeds hun schapenwollen kussens, sloffen en ’s winters het onderdeken – maar dat terzijde). Mijn vriendin en ik kwamen dus uiteindelijk o.a. in de hak van Italië terecht. De busreis alleen al duurde 2 dagen(!) Overnachten in Italiaans Tirol en vervolgens op naar het zuiden. Om van daaruit weer via bezienswaardigheden in een week tijd terug te rijden naar Nederland. Kosten? 250 gulden, om precies te zijn in 1994.

Dit wollen kussen is gekocht tijdens zo'n "deken reis" in omstreeks 1992 door m'n ouders en is dus nu ongeveer 34 jaar oud... (normaliter zit er een hoes om). Foto: SvdE
Dit wollen kussen is gekocht tijdens zo’n “deken reis” in omstreeks 1992 door m’n ouders, en is dus nu ongeveer 34 jaar oud… buitenzijde bestaat net als de binnenzijde uit wol. (normaliter zit er een kussensloop om). Voordeel van dit kussen: het plooit heel goed, is zacht en warm – heel anders dan andere kussens. Foto: SvdE

Zuid Italië, het pure gevoel

Aan de regio van Brindisi heb ik warme herinneringen overgehouden. Italië ervoeren we als één openlucht museum, vooral in het zuiden. En daar in het zuiden zagen we in april al de sinaasappels in de bomen hangen en was het zo’n 25 graden. Brindisi en omgeving is oud, klassiek, wat vervallen, de zee is nergens zo blauw als daar voor m’n gevoel – we zijn er uiteraard niet in geweest, was nog te fris toen – maar wel een mooie boottocht gemaakt. Het landschap is licht bergachtig en grillig.

Dat ouderwetse gevoel. *Zucht*

Maar vooral trof me ook dat ‘ouderwetse gevoel’ van wasgoed wat uit de ramen hangt; hier ondenkbaar in steden, maar in de ietwat vervallen stad Puglia doodnormaal. Winkeltjes verkopen er veel natuurproducten; denk aan sponzen uit de zee, échte sponzen dus. Denk aan zemen van echt leer. Denk aan verse kruiden (we hebben destijds, we waren toen 24 jr, flink wat ingeslagen) – dit zie je natuurlijk ook terug in Griekenland. Wit wasgoed wordt nog echt door de zon gebleekt (wij hadden vroeger ‘bleekvelden’, liet men in het gras vooral linnen drogen in de zon, om het te bleken naar wit, later werden wasmiddelen ontwikkeld om te bleken). In Italië, vooral in het zuiden, staat men dichterbij het wat meer puurdere leven, maakt men veel meer gebruik van natuurlijke ‘middelen’, ipv kunstmatige zaken. Het hangt er niet vol met airco’s, maar men bouwt gewoon huizen met dikke muren en kleine ramen.

Spullen zijn er dus “echter”. Honing bestaat echt uit honing. Italiaanse kazen, zijn er ‘echt’, denk aan mozzarella (gemaakt van buffel melk), of zelfs uit Puglia afkomstig, de ‘Burrata’ (mozzarella gevuld met room). Dit zijn totaal andere belevingen dan wat je bij ons in de supermarkt koopt. Helaas ligt Zuid Italië niet naast de deur en ben ik er naderhand nooit meer geweest. Gelukkig is daar Griekenland nog, en hoewel anders, haal je daar ook veel “echte” spullen vandaan. Maar de ‘echtheid’ (en zowel natuurlijke als culturele schoonheid) van de regio in de hak van Italië ben ik nooit vergeten. Het is er niet hip ‘hip’, hemel zij dank niet (de populatie heeft van nature klasse, dus tja..) – er is niet veel veranderd zo op het eerste oog, zag ik op de site van Bari. Mooi.

De zomer komt er weer aan, zo blijft je huis koel

In de Spaanse zon. In een schaduw hoekje. Met luiken en mét airco. Zelfs voor onze hond was het te doen. Foto: SvdE
In de Spaanse zon. In een schaduw hoekje. Met luiken en mét airco. Zelfs voor onze hond was het te doen. Foto: SvdE

Ik schrijf dit nog hartje winter, terwijl bij ons in huis de airco staat te ronken, maar dan op warme stand uiteraard. Waarom? Wij gebruiken al sinds 2011 de airco vooral om het huis te verwarmen: omdat het heel veel geld scheelt op gasverbruik. Dat roepen we al jaren, maar pas sinds een paar jaar wordt in Nederland op grotere schaal de airco thuis gebruikt als verwarming, las ik onlangs. Mijn zwager heeft een airco installatiebedrijf en zodoende hangt hij bij ons al sinds jaar en dag. Het grappige, of wrange beter gezegd, is dat mensen om je heen denken dat je ‘decadent’ bent, omdat er een airco hangt; je bent dan een verspiller, die een airco gebruikt om te koelen.

Maar nee: in de winter besparen we dus fors op gas en in de zomer zetten we hem alleen op de heetste dagen aan – mensen die dan langskomen vinden het een verademing bij ons binnen. Het koelen is bijvangst, het echte gebruik gaat om verwarmen. De airco gebruikt nog geen 2 kWh op de hoogste stand; gas ligt dik boven een euro per uur. Wij verbruiken dus minder dan de helft. Alleen bij vorst moet de CV aan, want dan verwarmt de airco niet meer voldoende.

In landen als Spanje doen ze dit ook vaak zo. Airco verwarmt ’s winters. Airco koelt ’s zomers. Dit is dus mijn tip: neem een (split unit) airco; zeker als je zonnepanelen hebt liggen en je straks misschien moet betalen om terug te leveren. Tip: Mitsubishi is hét merk.

Wat we kunnen leren van ‘de zuidelijke landen’

De airco en goede zonwering zijn logisch om de warmte buiten de deur te houden, net als schaduw van bomen (scheelt enorm). In zuidelijke landen, denk aan regio’s als Andalusie in zuid Spanje, zien we ook: dikke muren, kleine ramen én stenen vloeren in huis. Warmer in de winter, en koeler in zomer. Voor ons in Nederland is dat lastig te bewerkstelligen, maar je kunt wel voor meer schaduw zorgen (een schaduw tuin creëren en vooral een rand tegels weghalen uit de tuin – die zijn vaak ’s avonds als de zon onder is nog steeds warm van de hitte van de dag). Plaats er planten. Zorg voor natuurlijke schaduw. Houd ramen en deuren gesloten tijdens hete dagen en neem klapluiken voor het raam (bv shutters), of rolluiken.

Daarnaast zien we natuurlijk in echt hete oorden, zoals Zuid Spanje en Zuid Italië, dat mensen een stapje terugdoen tijdens hitte, denk aan de Spaanse siësta (heel irritant als je wilt shoppen of wat dan ook en de winkels zijn dicht tot 4 of 5 uur!). Ze pauzeren. Ik heb bij een Spaans gastgezin gezeten in de jaren 90 om Spaans te leren -in de omgeving van Fuengirola, heel mooi zoals te zien op playa miguel webcam – dan gaat het ongeveer zo: ’s ochtends geen ontbijt, maar wat biscuitjes bij de koffie. Dan kom je thuis rond een uur of half 1 en volgt er rond een uur of 1 een warme, uitgebreide maaltijd. Ik werd altijd begroet door de vrouw des huizes die puffend zei: ‘mucho calor’! Dan gaan mensen dutten, of rustig aan doen. Daarna hervat pas rond 16.00 uur de werkdag tot later in de avond. Hier wen je aan, maar kan bij ons natuurlijk niet. Wat wel kan is je activiteiten zó plannen, dat je intensieve klussen ’s ochtends voor 10 uur uitvoert (om 11.00 u is het al warm natuurlijk) en in de namiddag de dingen weer hervat. Zo doen wij het sinds jaar en dag als we vrij zijn.

Zelfs met de honden wandelen plan ik zo in, aangezien onze oudste hond (nu helaas overleden), zelfs een hitteshock midden op een hete zomerdag heeft opgelopen. Let onwijs goed op met je hond tijdens zeer hete dagen (30 c en meer). Het is niet alleen de buitentemperatuur, het zijn ook de straten die heet zijn. Honden koelen o.a. af op hun voetzolen (en vooral via hijgen), maar als de grond onder hun poten te heet is, stijgt de lichaamstemperatuur alleen maar. Ik wandel dus bewust rond 9 uur ’s ochtends, dan zijn we voor 10 uur terug. Daarna wandelen we pas weer in de namiddag bij hitte, en dan vooral op plekken waar veel bomen zijn. In huis heb ik een stenen vloer: ideaal voor honden (en voor onszelf) om af te koelen, beter dan wat dan ook.

Postcodes zoeken, hoe het wel eens fout kan gaan…

You've got mail! Maar dan met de hand geschreven! Gebruik wel altijd de juiste postcode.
You’ve got mail! Maar dan met de hand geschreven! Gebruik wel altijd de juiste postcode.

Vroeger (ik word oud!) verstuurden we in principe alleen maar post, zeker tot 1996. Werkte je op kantoor zoals ik, dan gebruikte je de typemachine voor een zakelijke brief, met velletjes carbonpapier daarachter. Zo had je direct een tastbare kopie, een CC (carbon copy) – die je kon archiveren of naar iemand anders kon versturen (daar komt de CC vandaan).

Natuurlijk, er was de fax, of de telex – maar vooral voor bedrijven. Voor alle overige zaken gebruikte je “de post”: van liefdesbrief tot ansichtkaart – en natuurlijk voor alle officiële zaken. Kleding kon je bij een postorderbedrijf per post bestellen, dan kreeg je een mooi dik boek met daarbij bestelformulieren – er bestond natuurlijk geen internet, laat staan “webshops”, social media of Whatsapp. Alles verliep per post. Daarom ontving iedereen dan ook jaarlijks een nieuwe telefoongids van de PTT (KPN), de gouden gids en een postcode boek. Iedereen van 45 jaar en ouder kan zich dat nog goed voor de geest halen. Beide boeken worden al jaren niet meer uitgegeven; logisch, je zoekt het nu online op. Maar let op: er zijn een paar valkuilen als het aankomt op postcodes opzoeken.

Hoe zit dat, met postcodes opzoeken?

Volgens de data-inzichten van postcode-zoeken.net is een snelle controle van de adresgegevens de beste manier om misverstanden/ vervelende fouten voorkomen.

Nieuw huis, nieuwe cijfers

Vooral rondom een verhuizing is de kans op fouten groot, als je hoofd overloopt met regelzaken. Als je net de sleutel hebt, schiet de vraag wat is mijn postcode (het huisnummer weet je meestal dan weer wel…) soms op de meest onhandige momenten door je hoofd – als iemand er telefonisch om vraagt bijvoorbeeld. Het is verstandig om dit bij twijfel altijd even te checken voordat er fouten insluipen en je verkeerd geregistreerd staat (zeker bij officiële zaken kan dit een probleem zijn, denk aan verzekeraars). Een cijfer omdraaien is in de haast zo gebeurd, maar instanties nemen die fout wel direct over in hun systeem. Je postcode kun je beter niet zomaar googelen, maar echt nachecken op postcode-zoeken.net bijvoorbeeld.

Van straat naar code

Soms zijn er twijfels over wat er nu precies staat, als een postcode met de hand is geschreven. Je kunt dan niet zomaar gokken, want elke straat is opgedeeld in unieke blokken met eigen letters. Via de methode van omgekeerd zoeken zoek je online heel eenvoudig de ontbrekende gegevens erbij. Dit is ook een uitkomst als je het handschrift op een ontvangen kerstkaart niet goed kunt ontcijferen, maar wel graag iets terug wilt sturen. Je maakt je adressenbestand zo weer helemaal compleet en actueel.

Lastige situaties bij nieuwbouw

Bij nieuwbouwwijken loopt de realiteit soms voor op navigatiesystemen. De straatnaambordjes staan er al wel, maar de navigatiesystemen van bezorgdiensten herkennen het adres soms nog niet. Dit zorgt voor veel frustratie als je internet wilt aanvragen of spullen hebt besteld voor je huis – herkenbaar voor mensen in nieuwbouwwoningen. Raadpleeg in dat geval altijd een officiële, actuele bron in plaats van een verouderde kaartendienst. Geef bij leveringen voor de zekerheid een korte routebeschrijving mee aan de chauffeur. Zo voorkom je dat hij je voordeur voorbijrijdt omdat zijn navigatie jouw huis niet herkent.

De valkuilen van nummeringen

Het postcodesysteem is zeer nauwkeurig, maar dat betekent ook dat het nauw luistert. De experts van postcode-zoeken.net waarschuwen vaak voor verwarring tussen tekens die op elkaar lijken. De hoofdletter ‘O’ en het cijfer ‘0’ zijn voor een mens soms lastig te onderscheiden, maar een sorteermachine ziet het verschil direct. Let dus altijd goed op, of check het op de website.

Do’s en dont’s met honden in huis!

Heerlijk speels Maltees leeuwtje van 1,5 jaar jong!
Heerlijk speels Maltezer leeuwtje van 1,5 jaar jong!

Sinds midden 2017 passen wij op honden waarvan de baasjes op vakantie gaan of moeten werken. Dat is zo ontstaan doordat wij zelf honden hadden (inmiddels beiden overleden) en 1 nieuw hondje hebben (een chihuahua). We pasten regelmatig op de honden van een tante, totdat ik dacht: nu is de maat vol, we gaan een oppas zoeken! En zo kwam ik erachter dat een hoop particulieren ook gewoon op honden passen. Aangezien ik toch thuis werkte, had ik zoiets van ‘dat doe ik erbij’. Zo gezegd zo gedaan. En dat alweer vanaf 2017 – maar omdat dit in huiselijke kring plaatsvindt pas ik nooit op meer dan 2 honden tegelijk. Daarbij is mijn chihuahua niet één van de makkelijkste en gaat ze hevig tekeer tegen honden die ‘even komen kennismaken’. Komt zo’n hond door “de keuring” heen (klikt het van beide kanten), dan kan hij komen voor de oppas.

Verharen? Het verschilt echt per ras is de ervaring

Allereerst: vrijwel iedere hond verhaart. Alleen de labradoodle staat erom bekend dat hij niet verhaart en ‘allergie’ vriendelijk is voor mensen met last. Ik kan zeggen: klopt. In de loop der jaren heb ik diverse malen op labradoodles gepast (zowel groot als klein); ik heb geen plukken haar gevonden, huis bleef redelijk goed schoon. Labradoodles zijn over het algemeen makkelijke honden, vooral de grote exemplaren zijn heel relaxed. Ik vind het dus helemaal prima als er een labradoodle (of ja, ook een labrador! wat een schatten zijn dat), komt logeren. De labrador kan wel vréselijk verharen, zeker als hij wild gaat spelen. Ze hebben ook echt wel een dikkere vacht. Let er ook op wélk type labrador je neemt; je hebt ze lager op de poten (de “Engelse”) én hoog op de poten (de “Amerikaanse”, die zijn véél actiever). Eén hondenbaasje had vroeger een ‘Engelse’ labrador, relaxed en vrij log, lief dier. Nu heeft ze weer een Labrador gekocht, blijkt hij véél actiever te zijn en hoger op de poten te staan – niet naar haar verwachting dus – pas later hoorde ze van de verschillen.

Zelf heb ik liever geen honden in huis die al te erg verharen, zoals de: golden retriever (super lief, maar verháren!), langharige herdershonden (waaronder de schotse collie met z’n vlassige lange vacht, maar ook de duitse herder en de australian shepherd hebben zo’n dikke pels), of honden met lang dun haar. Dat vlassige haar, dat gaat echt overal aan plakken en rondzweven. Kortharige honden verharen ook, maar die stugge haartjes zweven niet onder je neus bijvoorbeeld / en door de lucht. Hoe dunner het haar, des te meer het overal heen zweeft (honden schudden zich natuurlijk regelmatig flink uit). Ook krijg je het vlassige haar moeilijk van de bank. Kortharig scheelt écht.

Verhaart jouw hond veel? Borstel hem dan in de tuin bijvoorbeeld, of laat hem trimmen op een manier die matcht met het seizoen. Sommige honden verliezen ook haar doordat het voer te eenzijdig is; dat komt vooral bij rauw voer voor. Dit voer kun je dan verrijken met mineralen en vitaminen (van de dierenwinkel).

Super gezellige en lieve honden, die relatief weinig verharen: een cocker spaniel mix en een maltezer leeuwtje.
Met 2 super gezellige en lieve honden aan de wandel, die relatief weinig verharen: een cocker spaniel en een maltezer leeuwtje.

Schoonmaken met honden

Hoe houd ik het binnen redelijk netjes?!

  • Eerst even met een plumeau langs de horizontale oppervlaktes.
  • Daarna stofzuig ik alles wat mogelijk is, hier lees je meer over: hondenhaar verwijderen.
  • Ik begin met de bank en zorg dat de stofzuigermond goed schoon is/ haar-vrij is.
  • Hierna pas volgt de vloer – neem vooral de hoeken ook goed mee, daar hopen de haren zich vaak op.
  • Tapijten klop ik buiten uit (in de keuken bij de drinkbak altijd een tapijtje, voor waterdruppels etc).
  • Met alleen een chihuahua in huis stofzuig ik om de dag. Bij meerdere honden doe ik dat dagelijks.
  • Het is verstandig om wasbare hoezen of speciale hondenkleden over je bank/ of mooie stoel te leggen. Op de website van allesoverhondenrassen.nl lees je dat vaste ligplekken helpen om haren en huidschilfers te concentreren op één punt.
  • Onder de drinkbakken leg ik standaard een keukenhanddoek, voor druipend water – want als zij gedronken hebben (vooral bij langharige honden) druipt het water soms als een heel spoor door de keuken. Word je niet blij van!
  • Voerbakken spoel ik altijd direct uit (zeker bij vochtig voer).
  • Vooral bij warmer weer dagelijks stofzuigen (niet alleen vanwege het haar, maar ook vanwege mogelijke vlooien).
  • In het voorjaar direct met anti-vlooienmiddelen starten, tot oktober.
  • Laat honden liever helemaal niet in de slaapkamer komen.
Zet een bench met zacht ligkussen en dekentje erover op een rustig plekje, honden zijn hier dol op.
Zet een bench met zacht ligkussen en dekentje erover op een rustig plekje, honden zijn hier dol op.

Houd rekening met de volgende dingen in huis als je een hond neemt:

  • Gladde kunststof vloeren, zoals laminaat, zijn eigenlijk ongeschikt voor honden; ze moeten veel meer kracht in de poten zetten om niet weg te glijden tijdens het lopen, dan op ander type vloeren. Ik zag het met onze honden toen ze echt oud werden, hoeveel moeite het ze kostten om niet weg te glijden.
  • Toch zijn gladde vloeren, zoals een stenen vloer, of echt houten vloeren/ vinylvloer, wel handig; honden kunnen altijd “ongelukjes” hebben, plassen of poepen op de vloer (als ze nog heel jong zijn, of juist als ze oud worden) en natuurlijk overgeven – vooral wanneer ze gras hebben gegeten.
  • Jonge honden kunnen van alles stuk bijten, sommigen gaan daar wel mee door tot 2 a 3 jaar (denk aan de afstandsbediening etc).
  • Een lage salontafel is vaak een uitnodiging voor honden om er wat vanaf te pakken; kies liever voor een wat hogere salontafel!
  • Geef ze nooit zomaar eten; heb je dat eenmaal een paar keer gedaan, dan kan het bedelen er jaren later nog in blijven zitten: je weet immers maar nooit, is hun hoop en gedachte geworden!
  • Energieke rassen (zoals Border collies, Herders etc.) zijn ook écht energiek. Denk niet, “ach, het zal toch wel meevallen”. Nee, als je dit type hond niet de juiste voldoening geeft (van b.v. 3 tot 4 keer per dag minimaal een half uur tot een uur wandelen), dan worden ze binnenshuis erg onrustig. Continu piepen, “iets willen” – onderschat dat niet.
  • Zorg dat je altijd keukenpapier en vochtige doekjes bij de hand hebt in huis en neem altijd een “poep-zakje” mee aan je hondenriem; of je hem nu wel of niet gebruikt, dit dien je bij je te hebben.
  • Zorg dat je een bench in huis hebt, leg er een warm kussentje in en laat de hond zelf kiezen of hij erin gaat of niet. Onze honden lagen er regelmatig vrijwillig in, het brengt hen rust.
  • Heb jij een ‘wegloper’ als hond? Zet een haakje op de deur, zo kun je toch lekker luchten, zonder dat hij zomaar de benen neemt.
  • En let op: sommige grotere honden kunnen de deurklink openen! Neem dan liever een draaiknop in plaats van deurklink.
  • Schaf een naamplaatje aan, met de gravering van de hondennaam en jouw tel.nr. hierop!
  • Kan een hond gevaarlijk zijn voor mensen, plaats dan een bordje bij de voordeur (en evt. tuindeur) in de trant van ‘let op, hier waak ik’ met afbeelding (verplicht bij diverse rassen).
  • Ga je wandelen in de regen met je (langharige) hond? Een regenjasje, hoe dom je het ook misschien vind klinken, helpt!
  • Zorg dat er altijd een oude handdoek aanwezig is bij de deur en in de auto, dan kun je hem even schoon/ droog maken, voordat hij naar binnen stapt.
  • Nog meer weten? De community van allesoverhondenrassen.nl deelt vaak handige tips over b.v. natuurlijke middelen zoals azijn om hardnekkige luchtjes veilig te neutraliseren – een aanrader.
De drie musketiers! Mijn chihuahua, Maltzer logeetje en een Belgische Schipperke! Alle 3 klein, eigenwijs en lief! Oh ja, en leuk!
De drie musketiers! Mijn chihuahua, Maltzer logeetje en een Belgische Schipperke! Alle 3 klein, eigenwijs en lief! Oh ja, en leuk!

Gietvloer schoonmaken, hoe pak je dat het beste aan?

Geweldige gietvloer!
Geweldige gietvloer!

Op mijn vorige werk hadden wij een krankzinnige gietvloer; rood-roze van kleur (want: hip) en deze vloer zat na een maand gebruik al helemaal onder de loopsporen en sporen van het schuiven van stoelen. Oei, daar gaat je gietvloer. De toplaag was ook te zacht; om valpartijen te voorkomen (restaurant) was de vloer stroef gemaakt. Het was ontzettend jammer dat deze dure vloer in zo’n korte tijd zó achteruit gegaan was. Wil je kijken voor gietvloeren, laat je dan vooral ook goed informeren over gebruikerssporen (die niet weg te poetsen zijn), want het is namelijk een keuze. Er zijn vele varianten gietvloeren, met ijzersterke toplagen. Heb je eenmaal een gietvloer, dan maak je hem op deze wijze makkelijk schoon.

Hoe maak je je gietvloer schoon?

Maak een gietvloer altijd op een ‘milde’ manier schoon, omdat gietvloeren bestaan uit een minerale basis met beschermende toplaag – en die kan gevoelig zijn voor verkeerde reinigingsmiddelen. Zuur vreet zich soms een weg in minerale vloeren, lees dus vooral verder!

Let op: dagelijks of wekelijkse schoonmaken draait ook vooral om het verwijderen van vuil dat krassen kan veroorzaken. Zand en stof zijn namelijk de grootste vijanden van gietvloeren, omdat ze bij belasting microscopische krasjes veroorzaken die na verloop van tijd de toplaag dof maken.

Regelmatig stofzuigen met een zachte borstel of vegen met een stoffer is daarom belangrijker dan veel mensen denken. Bij dweilen gebruik je lauwwarm water met een speciaal daarvoor bedoelde reiniger voor gietvloeren of een pH-neutrale vloerzeep. Te veel zeep is schadelijk, omdat het een laag kan achterlaten die vuil aantrekt en de vloer streperig maakt.

Je gietvloer dweilen

Dweil zo droog mogelijk, dus wring je dweil goed uit. Ook al is een gietvloer naadloos, water dat te lang blijft liggen kan toch langs randen, plinten of eventuele micro scheurtjes, onder de toplaag kruipen. Dit kan op (lange) termijn verkleuring of hechtingsproblemen veroorzaken. Door met weinig water te werken en de vloer eventueel droog na te wrijven, voorkom je dit soort schade. Hardnekkige vlekken, zoals vet of ingelopen vuil, kun je vaak verwijderen door net wat intensiever te dweilen of met een doekje af te nemen; maar ga niet schrobben met harde borstels of schuursponzen!

Verschillende toplagen

De toplaag maakt absoluut verschil voor de manier van schoonmaken en onderhouden. Gietvloeren worden vrijwel altijd afgewerkt met een beschermende coating, meestal een PU-toplaag, soms een epoxy of in oudere situaties een was- of seallaag. Een PU-toplaag is relatief flexibel en goed bestand tegen dagelijks gebruik, maar gevoelig voor agressieve middelen zoals allesreinigers, ontvetters, chloor, azijn of andere zure schoonmaakproducten. Deze tasten de polyurethaanlaag aan, waardoor de vloer doffer wordt en sneller vuil opneemt. Bij een PU-toplaag blijf je dus altijd bij pH-neutrale reinigers en vermijd je alles wat “krachtig” of “ontvettend” wordt genoemd!

Ook een lavasteen gietvloer maak je schoon door regelmatig te stofzuigen of te vegen –  en af en toe licht te dweilen met lauwwarm water en een pH-neutrale reiniger, waarbij je weinig water gebruikt en/of agressieve, schurende schoonmaakmiddelen.

Epoxy toplaag

Een epoxy-toplaag is harder en chemisch iets bestendiger, maar ook minder elastisch. Schoonmaken kan in grote lijnen hetzelfde, maar epoxy kan sneller zichtbare krasjes vertonen en vergeelt soms onder invloed van UV-licht. Agressieve reiniging versnelt dat proces. Als je een vloer hebt met een was- of polymeeronderhoudslaag, wat vooral bij oudere gietvloeren voorkomt, vraagt dat weer een andere aanpak. Zo’n laag slijt bewust mee en moet periodiek opnieuw worden aangebracht. Gebruik je hier verkeerde reinigers, dan los je die laag deels op, met vlekkerige plekken als gevolg. In dat geval is het vaak beter om uitsluitend de door de leverancier geadviseerde onderhoudsproducten te gebruiken.

Wat is “schoon”?!

‘Schoon’, oogt soms anders bij een gietvloer dan bij tegels of hout. Lichte wazen of ‘vegen’ kunnen erbij horen; dat is de uitstraling van het product en komt niet door vuil. En let op: less is more; minder schoonmaakmiddel en vaker alleen water gebruiken geeft op de lange termijn een mooier resultaat. Ook het gebruik van inloopmatten bij ingangen en vilt onder meubels, heeft meer effect op de levensduur en uitstraling van de vloer dan intensief schoonmaken.

Favoriete kersttijd? Terug naar de jaren 70 en 80

Kerstboom jaren 70 stijl. Foto: S.v.d. E.
Kerstboom jaren 70 stijl, met knijplampjes van Philips. Foto: S.v.d. E.

Kerstmis in de jaren 70 en 80 was net wat minder uitbundig dan tegenwoordig; geen versierde tuinen, maar het huis stond wel vol met kerstdecoraties, druipkaarsen, kerstbomen met engelenhaar en knijplampjes die vastgepind konden worden van Philips, veel rode decoraties – de échte kerstkleur, natuurlijk de kerstster plant, en ook een tijdje waren pitrieten kerstversierinkjes in de mode. Mijn familie gebruikt ze nog steeds! Zie de foto. Ik overwoog om zelf eens deze knijplampjes te gebruiken, maar 15 watt per lampje a 15 stuks? Dat komt neer op 1 kW/h per 4 uur! Nee, ik houd het dan toch maar op een slinger ledlampjes!

Een 'familie erfstuk', de kerstboomkaarsjes van Philips ;-)
Een ‘familie erfstuk’, de kerstboomkaarsjes van Philips 😉

Wat aten de meeste gezinnen?

Sommige dingen veranderen nooit! Nog steeds zijn pasteitjes met ragout hartstikke leuk, het hoort bij kerst: toen en nu. Verder stond ieder jaar weer een rollade op het menu, stoofpeertjes, natuurlijk gourmetten, steengrillen, maar bovenal de vleesfondue kwam op tafel. En veel spelletjes spelen, het liefste iets als monopolie, waar je als gezin wel even mee zoet bent! Het huis hing/ en stond helemaal vol met kerstkaarten.

Onze fondue vorkjes van weleer!
Onze fondue vorkjes van weleer!

Kerstmuziek & hits, toen ze nog echt ontstonden!

Waar blijven die mooie nieuwe kersthits? Als tiener in de jaren 80 kon het niet op! In de ijskoude winter van 84-85 (denk Elfstedentocht koud, die toen gehouden werd), waren strakke jeans in de mode en moesten wij dagelijks 45 min heen en 45 min terug op de fiets naar school; dat werd stampen onderweg om je benen een beetje nog een beetje te voelen, die pijn van de kou deden. Meine Güte, wat was het steenkoud. Altijd als ik Wham hoor, met ‘Last Christmas’ voel ik precies die tijd weer. In ons klaslokaal hingen tekeningen van George Michael en Andrew Ridgeley, iedereen was wel op de één of op de ander verliefd. We namen de Hitkrant mee naar school, met daarin posters van Band Aid of Wham. Je agenda zat ook bomvol met foto’s van die twee mannen. Gosh, wat waren ze hót!

Maar niet alleen Wham had toen een smasher van een hit, ook ‘Do they know it’s Christmas time’ van Band Aid was een enorme hit! Heerlijk wegdromen, fantastische tijden. En laten we The power of love’ van Frankie goes to Hollywood niet vergeten, één van m’n favoriete nummers; ook precies toen was dat een hit. Om het nóg erger te maken, ook precies in dat jaar kwam ‘We all stand together’ van Paul McCartney uit….. 4 Monster hits in één jaar tijd.

In 1981 kwam het mooie ‘Christmas Was a Friend of Mine’ uit van de Nederlandse Fay Lovsky; zo’n mooi nummer – natuurlijk hoor je deze ook nu nog en tot in lengte der dagen. Een aantal jaren later, in 1988, was er de hit van Chris Rea, met het mooie ‘Driving home for Christmas’. Toen kwam begin jaren 90 nog Mariah Carey met haar monsterhit ‘All I want for Christmas’ – no need to say more.

En toen was het stil. Na deze periode zijn er geen écht nieuwe kerstmonsterhits meer bijgekomen. Dus met andere woorden: al 30 jaar(!) zijn er géén nieuwe GROTE kersthits meer gekomen..?!?

Kerstmis nu

Ik vind de huidige kersttijd minstens zo leuk, met wél versierde, verlichte tuinen, een weelderig luxe aanbod in de supermarkten en de mooiste kerstreclames. Maar nieuwe kersthits? Die mis ik wel!

De top 5 tips voor het isoleren van je vloer

Zo werkt het aanbrengen voor isolatiekorrels.
Zo werkt het aanbrengen voor isolatiekorrels.

Koude voeten in huis terwijl de verwarming lekker brandt? Dan is de kans groot dat je vloer niet goed geïsoleerd is, of er is tocht. Je kunt dit checken door een vlammetje iets boven de vloer te houden. Zie je de vlam één kant op gaan, in plaats van kaarsrecht te branden? Dan is er tocht. Blijft de vlam recht maar straalt de kou vanuit de vloer omhoog, dan zorgt de kruipruimte voor de kou (of er is natuurlijk én optrekkende kou, én tocht). Op deze manier verdwijnt een deel van de warmte in huis: doodzonde van de energiekosten. Met deze vijf tips pak je het slim aan en geniet je straks van een warme vloer.

Tip 1: check eerst je kruipruimte

Voordat je aan de slag gaat met vloerisolatie is het verstandig om je kruipruimte te inspecteren. Hoe hoog is de ruimte onder je vloer? Is er sprake van vocht of water? Deze zaken bepalen welke isolatiemethode het beste werkt voor jouw situatie.

Een kruipruimte van minimaal 50 centimeter hoogte is ideaal voor het aanbrengen van isolatiemateriaal aan de onderkant van je vloer – denk dan aan steenwol bijvoorbeeld. Is de ruimte lager, dan zijn er andere oplossingen mogelijk, zoals bodemisolatie (denk aan EPS HR++ kunststof parels, of isolatiechips). Bij twijfels over de staat van de kruipruimte kun je het beste eerst een specialist raadplegen, voordat je de verkeerde beslissingen neemt (wat zonde is van de investering).

Tip 2: kies het juiste isolatiemateriaal

Er zijn verschillende materialen waarmee je je vloer kunt isoleren. Denk aan isolatieplaten, PUR schuim of minerale wol. Elk materiaal heeft zijn eigen eigenschappen en toepassingen. PUR schuim wordt gespoten en vult alle kieren en naden (hoewel aan PUR schuim ook nadelen kunnen kleven, sommige bewoners klagen over hoofdpijn e.d. – laat je dus vooraf goed informeren), andere materialen worden aan de vloer bevestigd, of de bodem van de kruipruimte wordt met een laag kunststof chips of parels bedekt – ze worden er dan met een soort grote stofzuigerslang ingespoten.

Het belangrijkste is dat je kiest voor materiaal met een goede isolatiewaarde. Hoe hoger de zogenaamde R-waarde, hoe beter de isolatie werkt. Een specialist van vloer isoleren kan je adviseren over het beste materiaal voor jouw woning en budget.

Tip 3: vergeet de leidingen niet

Onder je vloer lopen vaak leidingen voor de verwarming en warm water. Als je toch bezig bent met vloerisolatie, isoleer deze leidingen dan meteen mee. Zo voorkom je onnodig warmteverlies en werkt je verwarmingssysteem een stuk efficiënter.

Leidingisolatie is niet duur en maakt een groot verschil. Je cv-ketel hoeft minder hard te werken om het water op temperatuur te houden. Dit bespaart energie en verlengt de levensduur van je installatie.

Tip 4: pak vochtproblemen eerst aan

Een vochtige kruipruimte is een veelvoorkomend probleem in oudere woningen. Voordat je gaat isoleren moet je eventuele vochtproblemen aanpakken. Isolatiemateriaal in een natte kruipruimte kan gaan schimmelen en verliest zijn werking; zo wordt het een zinloze investering.

Zorg voor goede ventilatie in de kruipruimte door voldoende ventilatieroosters te plaatsen – let ook goed op of de bestaande ventilatieroosters niet bedekt zijn met blaadjes, afval of bloembakken etc.
Bij ernstige vochtproblemen kan een drainagesysteem of bodemfolie uitkomst bieden. Laat dit altijd door een vakman beoordelen, want een verkeerde aanpak kan later voor grotere problemen zorgen.

Tip 5: overweeg professionele hulp

Vloerisolatie kun je gedeeltelijk zelf doen, maar voor het beste resultaat schakel je nog steeds een pro in. Een gecertificeerd isolatiebedrijf heeft de knowhow en ervaring om dit karwei professioneel uit te voeren – en je ontvangt garantie.

Veel isolatiebedrijven kunnen je woning binnen een dag isoleren. Je hebt er weinig overlast van en merkt direct het verschil. Geen koude vloeren meer en heb je een slimme meter, dan kun je al snel resultaat terugzien op het verwarmen van je woning.

Wat levert vloerisolatie op

Met een goed geïsoleerde vloer bespaar je gemiddeld 5 tot 10 procent op je gasverbruik. Bij de huidige energieprijzen verdien je de investering binnen enkele jaren terug. Daarnaast stijgt het comfort in huis aanzienlijk. De vloer voelt warmer aan en je hebt minder last van optrekkend vocht.

Ook je energielabel verbetert door vloerisolatie. Mocht je ooit je woning willen verkopen, dan is een beter energielabel een pluspunt. Kopers letten steeds meer op de energiezuinigheid van een huis (net als de hypotheekverstrekker…).

Subsidie voor vloerisolatie

Goed nieuws: voor vloerisolatie kun je subsidie krijgen van de overheid. Via de ISDE regeling ontvang je een deel van de kosten terug. Het bedrag hangt af van het aantal vierkante meters dat je laat isoleren. Combineer je vloerisolatie met andere maatregelen zoals spouwmuurisolatie, dan krijg je per maatregel een hoger subsidiebedrag.

Vraag bij je isolatiebedrijf naar de mogelijkheden. Veel bedrijven helpen je met de subsidieaanvraag, zodat je geen papierwerk hoeft uit te zoeken.