Houten wandpanelen in de keuken, voor een strakke, moderne look.
Sinds ik vorig jaar gekozen heb voor houten én PVC panelen in huis, zie ik echt een interieurverandering in huis en merk ik dat alles schoner blijft. Ze zijn geplaatst in de hal en keuken. Voor de hal koos ik nog voor eiken houten panelen. Zeker met honden in huis die zich altijd zo lekker uitschudden in de hal, heb ik nu geen donkere spetters en vegen meer op de muren (natte honden, blubber aan de poten ..). Het scheelt dus echt in schoonmaakwerk. In jaren 30 woningen zie je nog steeds bijvoorbeeld muurtegels in de hal en dat is niet voor niets, alles blijft echt frisser. Dit is met wandpanelen dus makkelijk haalbaar in huis.
Het idee van wandpanelen kwam van mijn schoonmoeder, die “alles opmerkt” en dus op een dag zei ‘waarom neem je geen wandpanelen, heb je nooit meer die plekken’. En inderdaad. Als ik op dit moment opnieuw zou mogen kiezen, zou ik gaan voor PVC wandpanelen – ook in de hal. Ze ogen nl. net zo natuurlijk als echt houten panelen, maar zijn veel makkelijker af te nemen dan onbehandeld hout. Voordeel van hout vind ik dan weer wel de geur en de matte look.
PVC panelen handiger op verschillende plekken
In de praktijk bevallen mij de houten panelen prima in de hal. Maar in de keuken is het een ander verhaal, daar kun je beter geen houten panelen op de achterwand plaatsen. Het laat zich niet raden waarom dat zo is;
Hout is gevoelig voor vocht (kan werken, kromtrekken)
Je kunt geen onbehandeld hout in de keuken leggen zonder deze nadelen
Het is niet mooi te houden, wordt al snel vettig etc.
Deze punten waren al vrij snel duidelijk, dus voor de achterwand panelen in je keuken kies je daarom voor pvc wandpanelen, daar heb je dergelijke nadelen niet bij. De voordelen van pcv wandpanelen in de keuken zijn namelijk als volgt;
Je voorkomt gedoe met vocht – niet onbelangrijk in een keuken
Er is praktisch nul onderhoud – bijzonder fijn dus
De look evenaart praktisch de uitstraling van hout (inclusief nerven)
Dus voor een praktische ruimte kies je voor pvc
De grote trend van houten / of pvc panelen kan niemand ontgaan. In ieder modern interieur kom je er wel iets van tegen. Uit de praktijk zou ik zeggen: kies in de woonkamer voor echt, onbehandeld (eiken) hout – en op plekken waar vocht en vuil komen kies je voor pvc.
Mijn halletje, met echt eikenhouten panelen. Foto: SvdE
Japandi woonstijl volgens Grok en ik moet zeggen: het lijkt er wel aardig op!
Dacht ik eerst nog dat Japandi een muziekstijl was, blijkt niets minder waar: Japandi is een woonstijl die echt rust kan brengen en minder spullen nodig heeft om toch mooi te zien. Het is een combinatie tussen de Japanse traditionele woonstijl en Scandinavische interieurs. Beiden staan niet echt bekend om hun uitbundige interieur, maar juist om rust, orde, weinig spullen, strak en vol natuurlijke materialen.
Alles opnieuw kopen?
In principe hoeft dit niet. Ook al staat de Japandi woonstijl bekend om zijn natuurlijke materialen en minimalistische indeling, dit kun je ook bereiken met je eigen spullen. Als het even kan voeg je wel natuurlijke meubelen en woonaccessoires toe. Denk aan:
Echt hout (licht of donker, beiden mag)
Linnen, wol en katoen
Keramiek en steen
Gebruik rustige, aardse kleuren
Aardetinten: beige, zand, taupe, grijs
Gedempte kleuren zoals zacht groen of bruin
Weinig contrast, alles voelt “zacht”
De natuurlijke Japandi woonstijl zelf toepassen
Wil je hem echt goed toepassen, dan ga je ontspullen. Ga maar eens goed door je huis en kijk wat kan blijven, of niet. Dat doe je op de onderstaande manier.
Begin met schrappen van spullen die weg kunnen – dit is 70% van de Japandi woonstijl, zo kun je het zien.
Als je je huis richting een Japandi woonstijl wilt brengen, begint dat niet met meubels kopen, maar met kritisch kijken naar wat er al staat. Loop rustig door elke ruimte en stel jezelf bij ieder object dezelfde vraag: gebruik ik dit echt, of draagt het daadwerkelijk iets bij aan de uitstraling van de ruimte? Alles wat daar niet aan voldoet, zit je eigenlijk in de weg. Dat betekent niet dat je rigoureus alles moet weggooien, maar wel dat je bewust kiest: sommige dingen kunnen weg, andere kun je opbergen, en weer andere misschien doneren. Vooral losse decoratie, kleine rommel, overvolle tafels en kasten en spullen die “tijdelijk” ergens liggen maar er eigenlijk al maanden staan, zijn de grootste boosdoeners. Door alleen al hier streng in te zijn, ontstaat er vanzelf rust, zonder dat je ook maar iets nieuws hoeft te kopen.
Balans zonder leegte
Wat daarna belangrijk wordt, is hoe je met de overgebleven spullen omgaat. Japandi draait namelijk niet om leegte, maar om balans. Het gaat er niet om dat alles kaal wordt, maar dat je bewust ruimte laat. Zie die lege ruimte als onderdeel van je inrichting in plaats van iets dat je moet opvullen. Als je bijvoorbeeld een kast hebt, laat dan gerust een derde leeg. Dat voelt in het begin misschien onnatuurlijk, maar juist daardoor krijgen de objecten die er wél staan meer aandacht. Hetzelfde geldt voor hoe je spullen plaatst: in plaats van alles los van elkaar neer te zetten, werkt het beter om dingen te groeperen. Twee of drie items samen voelen rustiger dan zes losse objecten verspreid over een oppervlak. Een vensterbank met één plant en wat ruimte eromheen oogt sterker dan een rijtje van alles door elkaar.
Vervolgens komt het moment waarop je gericht gaat vervangen, maar zonder dat je in één keer je hele interieur omgooit. Dat is namelijk precies waar het vaak misgaat: mensen kopen in één keer een hele “stijl”, en dan wordt het geforceerd. Kijk liever naar wat er nu uit de toon valt. Dat zijn vaak de eerste dingen die je aanpakt. Denk aan kussens, verlichting of decoratie. Door bijvoorbeeld synthetische stoffen te vervangen door linnen of katoen, of door glanzende accessoires te verruilen voor matte, natuurlijke materialen zoals hout of keramiek, verandert de sfeer al behoorlijk. Het zit hem niet in hoeveelheid, maar in materiaal en uitstraling.
Hoe pas je kleuren toe?
Kleurgebruik speelt daarin ook een grote rol, maar dat betekent niet dat alles ineens beige moet worden. Het gaat er vooral om dat je het aantal kleuren beperkt en ze op elkaar afstemt. Als je per ruimte een paar basiskleuren kiest en daarbinnen blijft, ontstaat er vanzelf rust. Dat kunnen nog steeds warme of iets levendigere tinten zijn, zolang ze maar niet met elkaar concurreren. Felle kleuren hoeven niet per se weg, maar werken beter als accent dan als hoofdmoot. Door kleuren te bundelen of subtieler toe te passen, voorkom je dat een ruimte onrustig aanvoelt.
Een ander belangrijk punt is de manier waarop je meubels in de ruimte staan. Veel interieurs voelen vol omdat alles tegen elkaar aan staat of strak langs de muren is geschoven. Door meubels iets losser te plaatsen en ruimte ertussen te laten, gaat een kamer letterlijk “ademen”. Dat betekent niet dat je minder meubels moet hebben, maar wel dat je ze anders positioneert. Hoeken hoeven niet altijd gevuld te worden, en niet elk stukje ruimte hoeft benut te zijn. Juist dat niet-opgevulde maakt het verschil.
Vergeet de natuurlijke accenten niet
Om het geheel af te maken, voeg je een paar natuurlijke accenten toe. Dat hoeft helemaal niet overdreven. Eén of twee planten zijn vaak al genoeg om leven in de ruimte te brengen. Houten elementen, zoals een tafel of een schaal, geven warmte, en stoffen zoals linnen gordijnen of een plaid zorgen voor zachtheid. Het gaat erom dat je een gevoel creëert, niet dat je een thema gaat neerzetten. Als het te bedacht wordt, verlies je juist die ontspannen uitstraling.
Wat dit alles uiteindelijk oplevert, is niet alleen een andere sfeer, maar ook praktisch gemak. Doordat je minder spullen hebt en alles bewuster geplaatst is, wordt schoonmaken simpelweg makkelijker. Je hebt minder obstakels, minder oppervlakken die vol staan en minder dingen die stof verzamelen. Tegelijkertijd vraagt deze stijl wel om discipline: rommel valt sneller op. Als je dingen laat slingeren, zie je dat meteen. Het is dus geen “luie” manier van inrichten, maar wel een efficiënte.
Als je het vertaalt naar een concrete woonkamer, zie je het verschil direct. Waar eerst een salontafel vol lag met spullen, blijft nu misschien alleen een schaal of een boek over. Een tv-meubel dat eerst vol stond met van alles, wordt deels leeg gelaten. In plaats van overal losse decoratie, kies je voor een paar sterke items die echt opvallen.
Check je woonstijl
Heb je er nog geen echt beeld bij? Op online blog Woonspots vind je naast wooninspiratie ook praktische tips over hoe je ruimtes slim inricht zodat ze makkelijker schoon en opgeruimd te houden zijn. Van slimme keukenindelingen tot opbergideeën voor de slaapkamer en gang: Woonspots helpt je om een huis te creëren dat er goed uitziet en ook goed werkt.
Dit is ongeveer het idee van de Japandi woonstijl. De echte kenners zien dat dit een AI afbeelding is.
Ruzie met AI over de Japandi woonstijl
AI en ik verschilden van mening over de look van de Japandi woonstijl. Dat ging ongeveer zo:
Afbeelding 1:
Ik vind dit wel heel erg een bejaarden stijl. Kun je ajb een wat vrijer interieur maken in Japandi stijl, met natuurlijker hout en iets meer kleur. Dit is echt heel saai.
Afbeelding 2:
Sorry, nog steeds echt bijna hetzelfde en heel saai. Ik wil geen bejaarden interieur. Mag meer naar hippie vibe neigen, dit is in mijn ogen géén Japandi, maar de woonkamer van een vrouw van 85 jaar. Die schemerlampen en vazen zijn ook heel oubollig. Maak maar een combinatie van Ibiza stijl en Japandi, maar niet zo absurd netjes en saai.
Afbeelding 3:
Ik snap echt niet dat je die afbeeldingen zó smaakloos en oubollig hebt gemaakt. Die strakke kussens allemaal in aarde teinten. Het heeft niets stijlvols, het lijkt wel het interieur van The Golden Girls. Ik heb je tot driemaal om een andere afbeelding gevraagd. Alles heeft precies dezelfde uitstraling. Ook die plantjes in die bolle vazen, allemaal jaren 90 look. Niets heeft een “avant garde’ stijl.
Laat dan zien wat je wel kan. Inspireer mij, geen cliché’s. Maak het avantgardistisch. Design. Maak een fantasie werkelijkheid en stop met die rotzooi.
En weer kwam AI met dezelfde ideeën – zie hierboven het resultaat. Maar alle gekheid op een stokje: dit is wel het Japandi woonstijl idee om en nabij!
Kleine, krappe keukens -zeker die in oude portiekwoningen uit de jaren 30- zijn soms dramatisch. Twee meter lang en 1,30 m breed? Zo “groot” was mijn kleine keuken destijds. Heb er, heel eerlijk, nooit iets leuks van kunnen maken. Ik zag het gewoon niet. Later, toen ik nog eens op Funda zat te snuffelen en mijn oude huis opzocht, zag ik wat een leuke metamorfose de nieuwe eigenaresse ervan had weten te maken. Doorgebroken muren, keuken bij de woonkamer betrokken – op een leuke manier. Het kán dus wel. Soms moet er dan inderdaad een verbouwing plaatsvinden, dat is zo.
Wie serieus naar oplossingen kijkt, ontdekt dat een doordachte indeling het verschil maakt. Berkers Keukens laat zien dat ook kleinere ruimtes praktisch en overzichtelijk ingericht kunnen worden, zonder dat het benauwd aanvoelt.
Inkopper: begin bij de indeling
Behoort een verbouwing tot de eventuele mogelijkheden? Is het betrekken van je keuken bij de (woon)kamer een optie? Laat een paar klusbedrijven komen en vraag een offerte. Maar wat je ook doet, houd er rekening mee dat in een kleine keuken de indeling meer prioriteit heeft dan de stijl. Een rechte opstelling tegen een wand werkt vaak goed in smalle ruimtes. Heb je iets meer breedte, dan kan een L-vorm extra werkruimte opleveren zonder dat je bewegingsvrijheid verliest. Belangrijk is dat de belangrijkste onderdelen: kookplaat, spoelbak en koelkast logisch ten opzichte van elkaar geplaatst worden. Zo voorkom je onnodig heen en weer lopen. Hoe korter de looproutes, hoe prettiger het koken.
Kies voor lades in plaats van kastjes
Onderkasten met planken lijken praktisch, maar in een kleine keuken zorgen ze vaak voor onoverzichtelijke stapels .. (wie kent het niet). Diepe lades zijn veel handiger. Je ziet in één oogopslag wat erin ligt en benut de volledige diepte van de kast. Lades met indelingen voor bestek, kruiden of pannen zorgen bovendien voor extra overzicht. Minder zoeken betekent minder rommel op het aanrecht.
Werk in de hoogte
Wanneer het vloeroppervlak klein en krap is, ligt de oplossing vaak boven ooghoogte. Hoge kasten tot aan het plafond bieden veel extra opbergruimte. Spullen die je minder vaak gebruikt, bewaar je bovenin. Zo blijft de dagelijkse ruimte overzichtelijk.
Ook wandplanken kunnen helpen, mits je ze niet overvol zet. Een paar zorgvuldig gekozen items houden het luchtig en praktisch.
Multifunctionele oplossingen
In een compacte keuken moet soms één element meerdere functies vervullen. Denk aan:
· Een uitschuifbaar werkblad
· Een smalle bar die ook als eettafel dient
· Ingebouwde apparatuur in plaats van losse apparaten
Door slim te combineren, houd je meer vrije ruimte over. Keukenopstellingen kunnen worden aangepast aan kleinere woningen.
Houd het werkblad zo leeg mogelijk
Een vol aanrecht maakt een kleine keuken optisch nog kleiner. Probeer alleen de apparaten neer te zetten die je dagelijks gebruikt. Voor andere spullen is een vaste opbergplek belangrijk. Overweeg bijvoorbeeld een apothekerskast voor voorraad of een lade met stopcontacten waarin je kleine apparaten kunt opbergen én gebruiken. Dat scheelt ruimte en oogt rustiger.
Denk na over kleur en licht
Lichte kleuren reflecteren meer licht en laten een ruimte groter lijken. Dat betekent niet dat alles wit moet zijn, maar een licht werkblad of lichte fronten kunnen wel helpen. Goede verlichting is minstens zo belangrijk. Werkverlichting onder bovenkasten voorkomt schaduwen op
het aanrecht. Combineer dit met plafondverlichting voor een ruimtelijk effect.
Kleine details, groot verschil..
In een kleine keuken vallen fouten sneller op. Een deur die niet volledig open kan, een vaatwasser die de looproute blokkeert of een koelkast op een onhandige plek: het kan dagelijks irritatie opleveren. Daarom loont het om vooraf goed na te denken over maatvoering en plaatsing. Soms maakt een paar centimeter verschil tussen krap en comfortabel.
Met gebruik van “neuslatten” is er beduidend minder onderhoud nodig aan houten kozijnen en voorkom je houtrot. Foto: SvdE
Toen ik enkele jaren geleden op zoek was naar een koop appartement, heb ik heel wat woningen bekeken. Je probeert te gaan voor een woning met kunststof kozijnen, maar lang niet alle woningen hebben dat, ondervond ik. En het gekke is, in mijn oude woning had ik ook houten kozijnen, maar die werden om de 8 jaar opnieuw geschilderd en bleven in perfecte conditie (zeker aangezien dat de originele kozijnen waren van een jaren 80 woning). Het kan dus wel, en heel goed zelfs, om je houten kozijnen in goede staat te houden. Doe je dat niet, dan krijg je wat ik in één koopappartement zag: vermolmde kozijnen. Ik kon zo door één kozijn naar buiten kijken en m’n vinger er doorheen steken. Niets meer aan te doen, in dat stadium moeten ze echt vervangen worden. De koop is uiteraard niet doorgegaan, toen ik dat zag was ik er gelijk klaar mee. Het is dus echt aan jezelf of de kozijnen er goed bij blijven staan – en goed ventileren uiteraard! Nog een oorzaak (naast slechte ventilatie) kan zijn, heb ik mij laten vertellen, is dat er geen neuslatten zijn gebruikt tijdens de bouw aan de buitenzijde. Wie dus houtrot wil voorkomen, begint daarmee; laat neuslatten plaatsen van Ventistone. Hiermee zorg je dat de kozijnen buitenshuis droog blijven.
Neuslatten voorkomen houtrot bij kozijnen
Hout heeft natuurlijk een mooie uitstraling – als ik mijn witte kunststof kozijnen van mijn huidige woning vergelijk met de houten kozijnen uit mijn oude woning, dan zijn die laatste écht sfeervoller, natuurlijker en luxer om te zien. Wij luchten altijd goed (rooster staat áltijd open, ook in de winter), dus nooit vocht aan de binnenkant van de ramen (dat zijn natuurlijk de eerste tekenen dat je niet goed bezig bent). Schilderwerk binnenshuis heeft dan ook ruim 25 jaar geleden voor het laatst plaatsgevonden in m’n oude woning.
Maar zoals gezegd: houtrot kan dus op de loer liggen. Het appartement wat ik bezocht had duidelijk ook aan de binnenzijde houtrot (vermolmd hout, waar je een vinger door kon steken).
Wat zijn dat, neuslatten?
Zelf had ik nog nooit van deze term gehoord, maar neuslatten zijn dus smalle latjes van hout, of bij voorkeur kunststof, die aan de onderkant van een kozijn of raam worden geplaatst, aan de buitenzijde. Ze steken dan een klein stukje naar voren – wat de ‘neus’ is. Ze zorgen ervoor dat regenwater van het kozijn af drupt in plaats van erlangs of eronder te lopen.
Neuslatten zorgen dus voor:
Waterafvoer – het water wordt weggeleid van het kozijn en de gevel.
Bescherming – ze voorkomen dat water in naden, kieren of verbindingen trekt (dus minder kans op houtrot of schade).
Levensduur verlengen – vooral bij houten kozijnen is dit belangrijk om slijtage te beperken.
Ze kunnen gezien worden als een soort mini-druiprand: zonder neuslat kan water langs het kozijn naar binnen trekken of onder het kozijn blijven hangen. Met een neuslat valt het water netjes naar beneden weg, wat er toe leidt dat je onderhoudskosten aan kozijnen tot wel 50% kunt verlagen, aangezien schilderen dan minder vaak nodig is: wat een uitkomst(!)
Kies als het even kan voor houtlook neuslatten van steenvezel
Een van de sterkste soorten neuslatten zijn van Ventistone, die worden nl. gemaakt van een hoogwaardige steenvezel én zijn onderhoudsvrij.
Ook nog een fijne bijkomstigheid is dat ze gelakt kunnen worden in precies dezelfde lak als die van je kozijnen.
Het verschil is dan niet zichtbaar
Ze zijn makkelijk zelf te plaatsen d.m.v. handige kliklijmpads met permanente kleefkracht.
Met binnenshuis altijd ventileren en buitenshuis neuslatten plaatsen, valt dus veel geld te besparen aan onderhoud van je houten kozijnen.
Ontdek hier bij Häfele Nederland de nieuwste type schuifdeursystemen die zo bij jou thuis geplaatst kunnen worden!
Was Nederland net gewend aan de vernieuwing en verhipping van het interieur d.m.v. de zwart stalen glazen binnendeuren, maakt nu de stalen schuifdeur zijn opmars. Het mooie is dat hij op heel veel plekken past, net als houten schuifdeuren (ook geweldig overigens!). Zolang er maar een muur van i.i.g. dezelfde afmeting als de schuifdeur aanwezig is naast de opening waar de schuifdeur moet komen, dan kan daar het schuifdeurbeslag geplaatst worden. En je plaatst ‘m natuurlijk zo aan het plafond, om een nieuwe ruimte te creëren in huis. Nederland slaat dus aan het schuiven, het vormt echt dé woontrend van dit moment.
Schuifdeursystemen, de oplossing voor het creëren van nieuwe ruimtes
Super mooi en strak afgewerkt; schuifdeuren betekenen weer een extra stukje professionalisering van een modern interieur. Dit zijn de deuren die je in huis wilt hebben. Want ze bieden nog meer voordelen dan alleen die strakke, professionele look:
Ruimtebesparend, geen deuren meer die een draaicirkel nodig hebben
Makkelijk te bedienen in de praktijk
Kinderen zitten niet meer met hun vingers tussen de deur
Bijzonder geschikt voor kleine ruimtes
Je creëert in een handomdraai een “nieuwe ruimte” in huis, plaats een schuifwand in de kamer en je hebt er bijvoorbeeld een thuiskantoor bij – zonder het gedoe van een nieuwe wand te plaatsen.
Bedenk maar eens welke ruimte je zou willen maken in huis… Een speelhoek voor de kinderen. Een muziek oefenruimte. Een thuiskantoor, of kleine praktijkruimte: alles is mogelijk en zó ontzettend makkelijk haalbaar zonder verbouwingen(!)
Hoge kastwanden creëren
Een handige toepassing van schuifdeurbeslag is in plafondhoge kasten. Deze kasten bieden de mogelijkheid om de opslagcapaciteit van vloer tot plafond te benutten, zonder dat deuren naar buiten openslaan. Dit is bijzonder handig in slaapkamers en kleedkamers, waar bespaard kan worden op de ruimte.
Je keuze voor schuifdeurbeslag doet er toe
Belangrijke onderdelen van het schuifdeur systeem zijn de rails en rollers, die het deurpaneel ondersteunen en begeleiden. Bij het kiezen van beslag is het belangrijk om te letten op de kwaliteit, zodat je verzekerd bent van een lange levensduur en een probleemloze werking. Zo biedt het merk Sligo bijvoorbeeld veel verschillende mogelijkheden en een hoge kwaliteit.
Hoe kies je het schuifdeurbeslag uit?
Als je begint met de installatie van schuifdeurbeslag, zijn er enkele zaken om rekening mee te houden. Kies eerst de juiste maat en functionaliteit. Daarnaast is het belangrijk om de gewichtscapaciteiten van het beslag te bepalen, vooral als je zwaardere deurpanelen gebruikt. Een goede afwerking en nauwkeurigheid bij de installatie zijn belangrijk voor een soepele en stille werking.
Kindvriendelijkheid
Heb jij een gezin met jonge kinderen? De kindvriendelijkheid van schuifdeuren is beter dan die van dichtslaande deuren – omdat ze minder snel dichtklappen dan traditionele deuren, waardoor er minder kans is op beknelde vingers. Daarnaast kunnen schuifdeuren met geïntegreerde soft-close functies ervoor zorgen dat deuren langzaam en veilig sluiten, wat bijdraagt aan een veilige omgeving voor jouw gezin.
Fijn: soft close!
Innovaties zoals soft-close mechanismen zorgen voor een stille en vlotte werking, wat zorgt voor een prettige gebruikerservaring. Vergelijk het met het systeem wat je kent van keukenlades, die zachtjes dichtvallen. Daarnaast zijn er systemen beschikbaar die eenvoudig in slimme huistechnologieën kunnen worden geïntegreerd, zodat je met een druk op de knop je deuren kunt openen en sluiten.
Enthousiast geworden?
Denk je erover om zelf een schuifdeursysteem in huis te (laten) plaatsen? In dat geval is een bezoek aan Häfele Nederland een must, om alle mogelijkheden te ontdekken en inspiratie op te doen. Het is een van de grootste bedrijven op gebied van o.a. schuifdeursystemen. Dus waar wacht je op: ontdek de mogelijkheden en verbeter je interieur met schuifdeurbeslag!
Ooit, in een ver verleden, ben ik een week naar Denemarken geweest. Een vriendin van ons, als begin twintigers, liep daar stage, vlakbij de stad Randers. Ze had ons al geïnformeerd dat e.e.a. heel anders verliep in Denemarken dan bij ons. En aangezien ze bij een Deens gastgezin verbleef streken wij daar ook neer; we waren van harte welkom! Het bleek een klein gehuchtje. Natuurlijk was het ijzig koud toen we daar in februari arriveerden; je voelde de temperatuur dalen naar mate we verder vanuit Duitsland naar het noorden trokken. Later heb ik ook eens, bevangen door het mooie Scandinavië, een overtocht per boot gemaakt naar Kristiansand met de Kristiansand ferry – stom genoeg had ik mijn reistabletten niet bij me – altijd doen!
Boottocht maken over de Noordzee? Vergeet je reispillen niet!
De Noordzee kan juist daar erg ruig te keer gaan, dus twijfel je of je per land of boot gaat: neem in het laatste geval absoluut iets tegen zeeziekte mee(!). Want werkelijk, het was enerzijds fantastisch, je vertrekt nl. in de middag, dus dan krijg je de meest mooie, weidse vergezichten over zee te zien, maar al voor het eten voelde ik me niet goed worden. En Kristiansand, op aanraden van een vriendin bezocht, was echt fantastisch – een schattig dorpachtig stadje (zo voelt het), met gekleurde huisjes aan een mooie baai in Noorwegen, is absoluut een bezoek waard (net als de omgeving van Kristiansand), maar de boottocht van maar liefst 18 uur kan hels zijn! Direct uiteraard ter plekke iets gekocht voor de terugreis, en dat hielp als een tierelier. Want my oh my, ik was op de heenreis hondsberoerd en kroop over het gangpad naar het toilet, kon door de deining niet meer rechtop lopen. Het brak los toen ik een jongetje achter ons enthousiast hoorde zeggen: ‘het lijkt wel Six Flags!’
Maar om terug te komen op onze ervaring in Denemarken: sommige leefgewoonten verlopen daar anders dan bij ons, erg bijzonder!
Typisch Deens/ Scandinavische ‘dingen’
Randers in Denemarken ligt vrij noordelijk, maar tijdens de terugreis bezochten we ook Aarhus en Odense. Toen we in het gehucht bij Randers arriveerden, bij het gastgezin, en we daar een warme maaltijd kregen, leken we wel ‘de aardappeleters’. Om te beginnen zaten we in een vrij donkere woonkamer, met een paar schemerlampjes. De pannen met eten stonden niet op tafel, maar werden doorgegeven. Je zit dus aan tafel, schept bijvoorbeeld aardappels op, en geeft de pan dan door aan degene naast je (met de klok mee), idem met groente en vlees. Ben je uitgegeten, dan zeg je “tak for mad” (dit had onze vriendin ons al geïnstrueerd van te voren). Het was echt een kneuterige beleving, maar leuk!
Ook de badkamer was een “beleving”. Daar denk ik met warme gevoelens aan terug! In die ijzig koude periode (geen sneeuw gelukkig) hadden deze mensen vloerverwarming, maar dan niet zoals wij dat kennen: in het midden van de badkamer stond nl. een grote ingebouwde ketel waar door henzelf drank of bier in werd gestookt/ gebrouwen (schijnt vaker voor te komen gezien de hoge kosten voor drank in Scandinavië). De leidingen die hiervoor onder de grond doorliepen, verwarmden de vloer van de badkamer. Zoiets heb ik dus nog nooit eerder in mijn leven gezien(!) En ja, wij waren begin 20, dus we gingen ook stappen uiteraard. De jongeren daar, destijds i.i.g., stonden buiten eerst ‘in te drinken’ voordat zij een disco ingingen, want binnen waren de drankjes niet te betalen. En als Scandinaviërs gaan drinken, dan kunnen zij ook echt losgaan, vertelde onze vriendin. Ze staan wat dat betreft “aan/ of uit” (niet op dagelijkse basis natuurlijk!).
Schoenen uit svp!
Ook is het in Denemarken – en waarschijnlijk in andere Scandinavische landen – zeer gebruikelijk om je schoenen uit te trekken bij de deur. Bij sommige deuren zie je diverse schoenen buiten staan. Het leuke in Denemarken is, vooral in landelijk Denemarken, dat mensen nog vrijer wonen, deuren worden niet op slot gedaan, het is een beetje de oud Hollandse sfeer. Wat ook zo prettig is: er is veel meer natuur én veel minder inwoners dan bij ons (buiten de drukkere steden natuurlijk). In Denemarken zie je ook nog piepkleine huisjes staan in oude stadswijken. Zo bezochten wij het huisje van Hans Christiaan Andersen in Odense; een echt heel laag huisje!
Banket? Mwa, doe mij maar het Hollandse banket
Lekkernijen (zoetigheid, snoep/ bakkerij) vind ik zelf meestal niet zo heel lekker in Scandinavische landen; het ziet er meestal lekkerder uit dan dat het is (tot mijn teleurstelling als zoetekauw). Geef mij maar het Nederlandse banket. Wat dat betreft vind ik Scandinavië meer overeenkomsten vertonen met Duitsland dan met Nederland. Uit eten gaan was wel een genot, nog nooit zoveel zalm op in de meest waanzinnige dressings, en andere lekkere verse voeding.
In Denemarken, net als in andere Scandinavische landen, maar ook wel in Duitsland, zie je veel ‘gekleurde’ woningen, oranje, geel, of lichte kleuren groen, blauw, zalmkleurig. Dit doet al anders aan dan bij ons. We zijn bij verschillende ‘locals’ op bezoek geweest, waar sommige andere klasgenoten van haar logeerden, en de inrichting varieerde van oubollig tot Ikea-achtig (jaren 90), dat viel op.
Scandinavië is natuurlijk een breed begrip, maar het ruime wonen en de uitgestrekte bossen en de natuur, dát is een verademing!
Met mij misschien vele mensen, maar ik mag graag naar de Keuringsdienst van Waarde kijken. De bezoekjes aan de fabrieken (onlangs nog een uitzending over Zwitserse fonduekaas – allemaal echt in Zwitserland gefabriceerd, ook die aluminium zakken die je bij de Aldi ziet liggen tijdens kerst – maar met grote kwaliteitsverschillen en prijsverschillen: deze uitzending was genieten). Altijd de quasi onschuldige telefoontjes van het Keuringsteam over de inhoud van producten, waarbij de telefoniste geen idee heeft wat ze moet antwoorden op product inhoudelijke vragen. Daarna gaat het team op onderzoek uit en belandt daarbij vaak over de landsgrenzen, in een fabriek waar het product gemaakt wordt. En zo kwam er ook een uitzending langs een tijdje geleden over burrata kaas. Ik schreef hier gisteren een klein stukje over, dat dit type kaas uit plaatsen komt als Lecce, in de hak van Italië (de regio Puglia). Toen ik erover schreef dacht ik, toch eens een stukje aan wijden. Want wat is echte burrata en wat niet… (volgens de Keuringsdienst van Waarde, die het ter plekke hebben onderzocht; ik wist het nl. ook niet hoor!).
Uitkomst Keuringsdienst van Waarde over de Burrata
De uitkomst is meer even een samenvatting, want anders wordt het wel een heel technisch verhaal. Het komt er op neer dat een échte burrata, zoals afkomstig uit de regio Puglia Italie, ten eerste vers gemaakt wordt. Het gaat om mozzarella kaas, dat wordt gekneed en dan ‘afgeknipt’, daarom ook het nog zichtbare tuitje aan de kaas. En let op: van binnen is hij gevuld met room (burro/ roomboter smaakd). En let wel, de echte burrata kun je alleen maar vers eten. Hij moet dan binnen uiterlijk 3 tot 4 dagen zijn opgegeten.
Dus lieten de makers van het programma ook zien aan de fabrikant hoe bij ons een burrata voorverpakt te vinden is in de schappen van de supermarkt; gewoon een maand houdbaar. Hier werd uiteraard smakelijk om gelachen: neen, dan is het géén burrata. Dit betreft dan een product wat misschien lijkt op de burrata, maar het niet kan zijn. Wil je een échte burrata? Dan bezoek je op zijn minst ofwel een kaasspeciaalzaak, of een Italiaanse speciaalzaak (in vele steden te vinden, maar in Rotterdam is Little Italy al jáááren dé plek, eigenaar is half Italiaans).
De Italiaanse keuken op de wereld erfgoed lijst eind 2025
En let op: de Italiaanse keuken is afgelopen december (2025) door Unesco officieel erkend als immaterieel cultureel erfgoed. Fantastisch nieuws natuurlijk en bijzonder terecht. De Italianen zijn hier niet alleen trots op, het is een bevestiging van wat zij en eigenlijk de hele wereld wel kunnen beamen; deze keuken kent unieke gerechten, overal op deze aardbol koop je “pizza’s en pasta’s”.
Italianen bewaken hun keuken ook goed. Niet voor niets is een keten als Domino’s pizza in 2022 failliet gegaan in Italië. Dit vinden zij, en pardon my French: niet te vreten. Wijk niet af van de Italiaanse bereidingswijze, dát vooral. Je kunt geen kant-en-klare voorgesneden groenten kopen voor je pastasaus, zo werkt het niet (ook weer te zien geweest bij de Keuringsdienst van Waarde). Voor een goede saus moeten de ingrediënten (waaronder peen) uren pruttelen. Het vlees mag niet te vet zijn, maar ook niet te droog. Het luistert nauw. Niet alle groenten moeten even lang pruttelen. Enzovoorts. De precieze bereidingswijze geldt voor heel veel gerechten uit Italië, daarom moet je ook naar speciaalzaken als je het echt goed wilt doen en koken met de juiste ingrediënten.
Kanten tafellaken, komt super tot zijn recht, ook als je interieur modern is.
Het leuke vind ik, dat als je in een andere regio komt in Nederland, of in België bijvoorbeeld, soms ineens van die ouderwetse huishoudelijkheden opduiken. Zo ben ik eens in een museum geweest in het uiterste noorden van Nederland (Groningen), een deels openluchtmuseum / deels binnenshuis (Het Hoogeland, net voor de waddenkust van Groningen) en daar heb ik ook een ‘reportage’ van gedeeld. Je stapt terug in het verleden, herkende dingen uit mijn eigen jeugd (jaren 70, zoals het wasgoed wat langs de groentetuin van mijn vader altijd hing) en dingen uit verhalen van mijn ouders. Zo is er in Het Hoogeland ook een oude schoolklas te vinden – die zo uit de jaren 30 komt; geboorte decennium van mijn ouders. En nu ben ik onlangs in brugge belgie geweest – ik was daar ooit al eens geweest begin jaren 90; fantastisch, diep middeleeuws en je raakt niet uitgewandeld in het middeleeuwse centrum.
Regionale huishoudelijke bijzonderheden
Kom je in een andere omgeving, dan zie je ineens zaken waar die regio kennelijk om bekend is. Bijvoorbeeld Gouda is echt dé kaas capital van Nederland, met de kaasmarkt en de wereldwijd bekende Gouda kaas (stap maar eens een supermarkt binnen in het buitenland; altijd tref je er Gouda). Friesland staat bekend om de schilderkunst, zoals Hindeloopen schilderkunst, Makkumer aardewerk, zoals Delft bekend staat om Delftsblauw (en er heel veel winkels van in het centrum te vinden zijn, tip: de collectie van de Porceleyne Fles/ Royal Delft is top kwaliteit). Brabant stond bekend om zijn schoenenfabrieken, en natuurlijk om de vele bierbrouwerijen, net als in Zuid-Limburg.
Bij mij aan de muur: door mijzelf geschilderd Delfts Blauw bordje van de Porceleyne Fles – heb er nl. zo’n 2 jaar gewerkt vanaf 1991. Foto: SvdE
Kantklossen in Brugge
Brugge staat bekend om zijn handgemaakte kantwerk – nooit geweten! Zoiets ontdek je dan als je de brugge bezienswaardigheden opzoekt. Nu zijn er diverse echte kantwinkels, dus voor echte kant liefhebbers kun je hier goed aan je trekken komen. Ik ken kant vooral van ronde, kanten doekjes die op het hoofdeinde van een fauteuil lagen. Ze lagen daar niet voor niets; zit je veel met je hoofd tegen het hoofdeinde, dan kan dit deel vettig worden door het haar, daarom lagen die kanten (decoratieve) doekjes daar. Dit zie je tegenwoordig werkelijk nooit meer(!) Maar dat is dus zo’n ouderwetse gewoonte die mensen vroeger er op na hielden (tot in de jaren 80 zeker). Ik zie het nog zo voor me, de stoelen bestonden dan meestal uit velours stof.
Kanten lakens, sierkleedjes en tafellakens met de hand gemaakt
En kanten sierkleedjes kun je ook op een klein theetafeltje plaatsen, een bijzettafel. Je zult mensen de kost moeten geven die vroeger een kanten kleedje over een bijzettafeltje plaatsen; ook weer echt uit het verleden. In de kantwinkels van Brugge kun je van alles voor je huis kopen van kant. Ook deels kanten lakens (zó mooi) en tafellakens; dit is echt wat mij betreft uniek, want waar koop je dit nog in Nederland (en waar zie je het überhaupt nog). Dit kant is met de handgemaakt…. Je koopt het bij o.a. Lace Centre en Lace Jewel in Brugge. Ook leuk: wil je zelf aan de slag, dan kun je alle benodigdheden hiervoor kopen bij ’t Handwerkhuisje. Brugge is wel een eindje rijden, maar is ontzettend de moeite waard. Op één dag op en neer is geen punt als je de spits vermijd (want Antwerpen en Gent, wat je moet passeren, is vaak een drama).
Grillige kusten, afgewisseld door baaien. Foto: SvdE
Toevallig kwam ik op de site van Bari; een vakantie site over ‘de hak van Italië’ – want zo nu en dan googel ik naar foto’s van die regio. Waarom? In de jaren 90 bezochten we die hoek, en dat kwam toevallig via een ‘deken-reis’ zo. De vijftigplussers onder ons kennen dit type ‘reizen’ vast nog wel: dit waren promotie reizen waar wollen producten verkocht werden, afkomstig van Texel. Mijn ouders begonnen met die traditie en kochten ook het nodige (zo gebruik ik nog steeds hun schapenwollen kussens, sloffen en ’s winters het onderdeken – maar dat terzijde). Mijn vriendin en ik kwamen dus uiteindelijk o.a. in de hak van Italië terecht. De busreis alleen al duurde 2 dagen(!) Overnachten in Italiaans Tirol en vervolgens op naar het zuiden. Om van daaruit weer via bezienswaardigheden in een week tijd terug te rijden naar Nederland. Kosten? 250 gulden, om precies te zijn in 1994.
Dit wollen kussen is gekocht tijdens zo’n “deken reis” in omstreeks 1992 door m’n ouders, en is dus nu ongeveer 34 jaar oud… buitenzijde bestaat net als de binnenzijde uit wol. (normaliter zit er een kussensloop om). Voordeel van dit kussen: het plooit heel goed, is zacht en warm – heel anders dan andere kussens. Foto: SvdE
Zuid Italië, het pure gevoel
Aan de regio van Brindisi heb ik warme herinneringen overgehouden. Italië ervoeren we als één openlucht museum, vooral in het zuiden. En daar in het zuiden zagen we in april al de sinaasappels in de bomen hangen en was het zo’n 25 graden. Brindisi en omgeving is oud, klassiek, wat vervallen, de zee is nergens zo blauw als daar voor m’n gevoel – we zijn er uiteraard niet in geweest, was nog te fris toen – maar wel een mooie boottocht gemaakt. Het landschap is licht bergachtig en grillig.
Dat ouderwetse gevoel. *Zucht*
Maar vooral trof me ook dat ‘ouderwetse gevoel’ van wasgoed wat uit de ramen hangt; hier ondenkbaar in steden, maar in de ietwat vervallen stad Puglia doodnormaal. Winkeltjes verkopen er veel natuurproducten; denk aan sponzen uit de zee, échte sponzen dus. Denk aan zemen van echt leer. Denk aan verse kruiden (we hebben destijds, we waren toen 24 jr, flink wat ingeslagen) – dit zie je natuurlijk ook terug in Griekenland. Wit wasgoed wordt nog echt door de zon gebleekt (wij hadden vroeger ‘bleekvelden’, liet men in het gras vooral linnen drogen in de zon, om het te bleken naar wit, later werden wasmiddelen ontwikkeld om te bleken). In Italië, vooral in het zuiden, staat men dichterbij het wat meer puurdere leven, maakt men veel meer gebruik van natuurlijke ‘middelen’, ipv kunstmatige zaken. Het hangt er niet vol met airco’s, maar men bouwt gewoon huizen met dikke muren en kleine ramen.
Spullen zijn er dus “echter”. Honing bestaat echt uit honing. Italiaanse kazen, zijn er ‘echt’, denk aan mozzarella (gemaakt van buffel melk), of zelfs uit Puglia afkomstig, de ‘Burrata’ (mozzarella gevuld met room). Dit zijn totaal andere belevingen dan wat je bij ons in de supermarkt koopt. Helaas ligt Zuid Italië niet naast de deur en ben ik er naderhand nooit meer geweest. Gelukkig is daar Griekenland nog, en hoewel anders, haal je daar ook veel “echte” spullen vandaan. Maar de ‘echtheid’ (en zowel natuurlijke als culturele schoonheid) van de regio in de hak van Italië ben ik nooit vergeten. Het is er niet hip ‘hip’, hemel zij dank niet (de populatie heeft van nature klasse, dus tja..) – er is niet veel veranderd zo op het eerste oog, zag ik op de site van Bari. Mooi.
In de Spaanse zon. In een schaduw hoekje. Met luiken en mét airco. Zelfs voor onze hond was het te doen. Foto: SvdE
Ik schrijf dit nog hartje winter, terwijl bij ons in huis de airco staat te ronken, maar dan op warme stand uiteraard. Waarom? Wij gebruiken al sinds 2011 de airco vooral om het huis te verwarmen: omdat het heel veel geld scheelt op gasverbruik. Dat roepen we al jaren, maar pas sinds een paar jaar wordt in Nederland op grotere schaal de airco thuis gebruikt als verwarming, las ik onlangs. Mijn zwager heeft een airco installatiebedrijf en zodoende hangt hij bij ons al sinds jaar en dag. Het grappige, of wrange beter gezegd, is dat mensen om je heen denken dat je ‘decadent’ bent, omdat er een airco hangt; je bent dan een verspiller, die een airco gebruikt om te koelen.
Maar nee: in de winter besparen we dus fors op gas en in de zomer zetten we hem alleen op de heetste dagen aan – mensen die dan langskomen vinden het een verademing bij ons binnen. Het koelen is bijvangst, het echte gebruik gaat om verwarmen. De airco gebruikt nog geen 2 kWh op de hoogste stand; gas ligt dik boven een euro per uur. Wij verbruiken dus minder dan de helft. Alleen bij vorst moet de CV aan, want dan verwarmt de airco niet meer voldoende.
In landen als Spanje doen ze dit ook vaak zo. Airco verwarmt ’s winters. Airco koelt ’s zomers. Dit is dus mijn tip: neem een (split unit) airco; zeker als je zonnepanelen hebt liggen en je straks misschien moet betalen om terug te leveren. Tip: Mitsubishi is hét merk.
Wat we kunnen leren van ‘de zuidelijke landen’
De airco en goede zonwering zijn logisch om de warmte buiten de deur te houden, net als schaduw van bomen (scheelt enorm). In zuidelijke landen, denk aan regio’s als Andalusie in zuid Spanje, zien we ook: dikke muren, kleine ramen én stenen vloeren in huis. Warmer in de winter, en koeler in zomer. Voor ons in Nederland is dat lastig te bewerkstelligen, maar je kunt wel voor meer schaduw zorgen (een schaduw tuin creëren en vooral een rand tegels weghalen uit de tuin – die zijn vaak ’s avonds als de zon onder is nog steeds warm van de hitte van de dag). Plaats er planten. Zorg voor natuurlijke schaduw. Houd ramen en deuren gesloten tijdens hete dagen en neem klapluiken voor het raam (bv shutters), of rolluiken.
Daarnaast zien we natuurlijk in echt hete oorden, zoals Zuid Spanje en Zuid Italië, dat mensen een stapje terugdoen tijdens hitte, denk aan de Spaanse siësta (heel irritant als je wilt shoppen of wat dan ook en de winkels zijn dicht tot 4 of 5 uur!). Ze pauzeren. Ik heb bij een Spaans gastgezin gezeten in de jaren 90 om Spaans te leren -in de omgeving van Fuengirola, heel mooi zoals te zien op playa miguel webcam – dan gaat het ongeveer zo: ’s ochtends geen ontbijt, maar wat biscuitjes bij de koffie. Dan kom je thuis rond een uur of half 1 en volgt er rond een uur of 1 een warme, uitgebreide maaltijd. Ik werd altijd begroet door de vrouw des huizes die puffend zei: ‘mucho calor’! Dan gaan mensen dutten, of rustig aan doen. Daarna hervat pas rond 16.00 uur de werkdag tot later in de avond. Hier wen je aan, maar kan bij ons natuurlijk niet. Wat wel kan is je activiteiten zó plannen, dat je intensieve klussen ’s ochtends voor 10 uur uitvoert (om 11.00 u is het al warm natuurlijk) en in de namiddag de dingen weer hervat. Zo doen wij het sinds jaar en dag als we vrij zijn.
Zelfs met de honden wandelen plan ik zo in, aangezien onze oudste hond (nu helaas overleden), zelfs een hitteshock midden op een hete zomerdag heeft opgelopen. Let onwijs goed op met je hond tijdens zeer hete dagen (30 c en meer). Het is niet alleen de buitentemperatuur, het zijn ook de straten die heet zijn. Honden koelen o.a. af op hun voetzolen (en vooral via hijgen), maar als de grond onder hun poten te heet is, stijgt de lichaamstemperatuur alleen maar. Ik wandel dus bewust rond 9 uur ’s ochtends, dan zijn we voor 10 uur terug. Daarna wandelen we pas weer in de namiddag bij hitte, en dan vooral op plekken waar veel bomen zijn. In huis heb ik een stenen vloer: ideaal voor honden (en voor onszelf) om af te koelen, beter dan wat dan ook.